Huttentocht 2013 – Tannheimer tal – Oostenrijk

In 2013 kiezen we ervoor om al vroeg in het seizoen te gaan. Juni lijkt ons wel een mooie maand. Dan komt de natuur net mooi op gang en bovendien is het nog niet erg druk. In de agenda komen we wat vroeg uit in de maand en dan blijkt de keuze voor hutten die open zijn niet al te groot. We komen uiteindelijk uit in Oostenrijk, net over de grens. Daar is een hut open in een mooi gebied en er is ook nog een klettersteig recht tegenover die we eventueel zouden kunnen uitproberen

Hier kan de auto wel een paar dagen staan.

Zo gaan we dinsdagavond 4 juni 2013 onderweg richting Oostenrijk. We komen mooi op tijd aan in het dorpje, we moeten even wachten tot de winkel open gaat. We bereiden ons vast een beetje voor. Zonnebrand op, ontbijtdrankje uitproberen en genieten van de zon en de prachtige omgeving. En dan gaat de winkel open. Snel de nodige boodschappen opzoeken en inpakken. En dan gaan we naar het volgende dorpje, want daar start ons avontuur. We vinden een goede plek om de auto een paar dagen te laten staan. Oeps waar halen we hier eigenlijk water vandaan voor onderweg. Misschien hebben ze ergens een kraan. Maar helaas, dan maar in het winkeltje vragen. Daar kunnen we wel water krijgen, moeten we het wel kopen, grrr. Nou ja,een paar flessen kopen dan maar, het mag de pret niet drukken.

Al keuvelend naar boven

Hoogste tijd om te vertrekken. We lopen het dorp uit en dan gelijk een bospad op. Een bruggetje over boven een woeste beek en dan komen we op een grindpad terecht die we een heel eind volgen de hoogte in. Het loopt prima zo, alle tijd om over van alles en nog wat te praten. Straks wordt het pad smaller, dan lukt dat praten niet meer zo. Maar dat duurt nog even, want de weg loopt een flink eind door.

De weg bedekt met sneeuw

Als we wat hoger komen zien we duidelijk hoeveel sneeuw er nog ligt. We kunnen ons voorbereiden op flinke stukken door de sneeuw lopen. Het is te hopen dat de doorgang veilig te passeren is. Volgens de informatie die we ingewonnen hebben, moet het prima kunnen, maar je weet maar nooit wat je tegenkomt. Op een gegeven moment is het grootste deel van de weg bedekt met sneeuw en is er een klein pad nog zichtbaar, daar is de sneeuw al weggesmolten. En niet veel later is de weg helemaal onder de sneeuw. Bovendien gaat de weg hier ergens ook over in een pad. Tenminste volgens de kaart, want zo onder de sneeuw hebben we dat zelf niet zo in de gaten.

Waar moeten we heen?

Wat we wel merken is dat we veel steilere stukken tegenkomen nu. Stevige klimmetjes en grotendeels bedekt met een dikke sneeuwlaag. We zien verderop een stel wandelaars ons tegemoetkomen. Dat geeft ons in ieder geval het idee dat we de juiste richting ingaan. Even later zien we dat de man die ons tegemoet komt tot ongeveer zijn heup in de sneeuw is gezakt op. We lopen naar ze toe om een handje te helpen met weer uit de sneeuw te komen. Maarten is er het eerste bij, maar het is ze inmiddels zelf gelukt om weer los te komen en verder te kunnen. Als ze buiten gehoorafstand zijn maken we de onvermijdelijke grap dat het geen wonder is dat je met zo’n gewicht zo diep de sneeuw inzakt. We verbazen ons erover dat hij met dat gewicht überhaupt helemaal naar boven kon komen. Wat dat betreft: petje af. Maar goed wij gaan zelf inmiddels ook weer onverschrokken verder. We komen nog langs een stuk waar overduidelijk de sneeuw aan het rollen is geweest. We moeten over de overblijfselen van een mini-lawine. Toch even spannend of de sneeuw niet opnieuw aan het rollen gaat als we eroverheen lopen. Maar gelukkig, dat valt alles mee. Uiteindelijk zijn we bijna op de kam. Met een kleine omweg kunnen we nog een topje meenemen. Dat besluiten we maar te doen. Hoewel we weer wat hoger zijn is het hier veel groener dan net op de helling. Waarschijnlijk heeft de zon hier zijn werk gedaan en is de meeste sneeuw hier al weggesmolten.

Zicht op de hut vanaf het topje

Op de top genieten we van het uitzicht. Op de hut beneden ons. En ook over de Vilsalpsee die we hier vandaan ook gedeeltelijk kunnen zien liggen. En van heel wat rijen bergtoppen die we verder nog zien. Na een korte rustpauze vervolgen we onze weg. We hebben nog een behoorlijke afdaling te gaan van hier naar de hut. Niet super steil, maar toch lastig genoeg door de sneeuw die ook hier in ruime mate ligt, maar net niet dik genoeg is om er onbekommerd door naar beneden te rennen. Zo bereiken we ergens halverwege de middag de hut.

Vertrek vanuit de hut

Na een prima nachtrust en behoorlijk ontbijt gaan we weer op weg voor een rondje over de bergtop vlak voor de hut. We lopen eerst weer in de richting waar we de vorige dag vandaan zijn gekomen en gaan dan al gauw wat meer naar rechts. Zo komen we aan de achterkant van de berg uit en kunnen we vandaar omhoog naar de top. Er liep ook een klettersteig bijna recht omhoog naar de top, maar gezien de vele sneeuw leek het ons verstandiger toch maar de normaal-route te nemen. Deze was uitdagend genoeg bleek al snel.We moeten recht tegen een behoorlijk steile sneeuwhelling op. Met onze schoenen schoppen we een soort treden in de sneeuw en zo hebben we voldoende grip om de helling als een soort trap te beklimmen.

Recht tegen de sneeuwhelling op

Zo bereiken we na een paar uurtjes de top en genieten we weer volop van het uitzicht. We kijken recht op de hut en kunnen vanaf hier 3 meertjes achter elkaar zien liggen. Ze liggen op heel verschillende hoogtes, maar vanaf hier valt dat niet zo op. Het blijkt alleen wel duidelijk aan het ijs op het eerste meertje en niet op de andere 2. 

De drie meren

De afdaling vanaf de top de andere kant langs weer terug naar de hut, begint met een lastig stukje. Het is steil en het pad is moeilijk te vinden zo moeten we verschillende gladde sneeuwvelden over, maar ook een paar bijna net zo gladde groen stukken. Peter glijdt een paar keer enkele meters door op zijn gat. Gelukkig komen we niet veel later op een duidelijker en breder pad die goed begaanbaar is. Dat is maar goed ook, want Peter heeft flink de bibbers in de benen. We komen nu bij een kam aan de rand van de kom waaraan de hut ligt. Deze helling ligt weer helemaal vol met een dikke laag sneeuw. Maar hier weten we wel raad mee. Hier kun je prima in volle vaart naar beneden stormen. We maken voor de zekerheid wel een zigzag beweging, zodat we niet helemaal als een dolle doorschieten, want er loopt ook nog een beek in het laagste deel van de kom. Daar willen we toch liever niet inzakken. Zo zijn we in no-time weer terug bij de hut. Tijd voor een soepje en dan nog een hele middag over.

In volle vaart naar beneden

We hebben nog ruim voldoende tijd om toch even een stukje klettersteig te gaan uitproberen. We gaan met z’n drieën. Peter houd ons vanaf het terras goed in de gaten. Onderaan de klettersteig is er ook een heel kort proefstukje. We leven ons even uit op verschillende moeilijke stukjes. Maarten pakt het lastigste stuk. Een meter of 4 recht omhoog met de voetzolen plat tegen de rots en verder vooral aan de kabel achterover leunen voor meer grip. Hebben we tenminste ons setje niet voor niets meegenomen. Als we uitgespeeld zijn lopen we weer door de sneeuw terug naar de hut om het gezelschap van Peter weer op te zoeken.

Even oefenen

Na weer een goede nacht en idem ontbijtje is het alweer tijd om vandaag het dal terug in te gaan. We hebben nog genoeg tijd, dus voordat we naar beneden gaan willen we ook nog even een andere top beklimmen. We doen dat weer met z’n drieën. Nog best een flinke klim, maar we doen het toch heel snel. En dan terug naar de hut gaat helemaal op topsnelheid. Opnieuw in volle vaart van de sneeuwhelling naar beneden. Het gaat nog sneller dan gisteren. We krijgen echt de smaak te pakken.

Op de top van de Rote Spitze

Bij de hut pikken we Peter weer op en gaan we echt aan de afdaling naar het dal beginnen. Het eerste stuk is lastig en steil. Met behulp van wat kettingen die aangebracht zijn lukt het zonder kleerscheuren. En hierna gaat het een stuk makkelijker. We komen eerst langs de Traualpsee en een tijd later bij de Vilsalpsee. Hier is heel goed te zien dat het echt lente is. De weiden aan het meer zijn helemaal geel van de bloemen. We komen op ongeveer een kwart van het meer uit. Maar omdat het pad door lawines verspert is moeten we 3 kwart van het meer rondlopen in plaats van 1 kwart. Maar het is prachtig en vlak, dus het is geen straf. We komen dan bij een restaurant uit aan de oever van het meer. We nemen hier een verrukkelijke lunch met vers brood – in tegenstelling tot in de hut – en heerlijke gebakken eieren. 

De Vilsalpsee met gele weiden

Bij het restaurant vandaan loopt een weg, hier rijd een soort treintje naar het dorp. Helaas hebben we niet goed op de dienstregeling gekeken en als wij verder willen duurt het nog een uur voordat het volgende treintje gaat. We gaan toch maar gewoon lopen in dit geval. En zo komen we na toch weer bijna 2 uur lopen aan in het dorp. We zoeken hier een hotel voor de laatste overnachting. En dan natuurlijk het leukste deel van de tocht. Nog even ruim 5 kilometer lopen om de auto weer op te halen in het dorp verderop. Franc en ik zijn weer de pineut. Maar geen probleem, als je wilt wandelen dan zul je wandelen.