Voor onze tweede tocht hebben we een nieuwe medestander gevonden: Peter. Met z’n vieren zijn we vertrokken richting de Hohe Tauern in Oostenrijk. Weer ’s nachts met de auto door Duitsland en over Pass Thurn door Oostenrijk. Andere baan, dus ook een andere auto.
We waren wat aan de vroege kant, daarom nog een uurtje tijd om wat te dutten op de parkeerplaats met uitzicht op het Hollersbachtal. Het is nog een beetje druilerig weer met de bijbehorende laaghangende bewolking. Nog even langs de winkel, nadat die open ging. De laatste benodigdheden inslaan: verse semmeln, kantwurst , smeerkaasjes, dextro energy en fruit. Daar gaan we het wel weer mee redden deze tocht.
Vervolgens de auto parkeren in Habach op een parkeerplaats aan het begin van het Habachtal. En daarna van start. Inmiddels wat nieuwe uitrusting aangeschaft. Nieuwe rugzak, bergschoenen en als voorschot op de erfenis de stokken van mijn schoonmoeder. We waren er helemaal klaar voor.
De tocht begon met een lange bergweg het uitgerekte Habachtal door. Geleidelijk stijgend, dus een lekkere weg om in te komen. Het was een heerlijk rustig en vredig dal. Van lieverlee trok de bewolking op en werd het heel aardig wandelweer. We kwamen nog wat beekjes tegen waar we de watervoorraad nog even bij konden vullen. Want het leek ons niet zo fijn weer zonder water te komen zitten.
In de middag kwamen we een beetje aan het eind van het dal. Daar moesten we via een steile helling nog een stuk omhoog naar de Neue Thüringerhütte. Aan het begin van dit pad stond er nog een hokje met brandhout. Er stond een bordje bij met het vriendelijke verzoek aan alle wandelaars die langs de hut wilden, om een blokje brandhout mee te nemen. Dus fris als we nog waren hebben we dat maar gedaan. De nieuwe rugzak was toch groot zat.
De steile helling was nog wel een hele uitdaging. Na een half uurtje klimmen voelde we ons ineens niet zo fris meer. Maar goed het blijft toch genieten van de omgeving en van de indrukwekkende Groß Venediger en omliggende toppen.
Zo arriveren we ergens in de tweede helft van de middag in de eerste hut op 2212 m. hoogte. Een hut van redelijk formaat, maar wel erg rustig deze tijd van het jaar. Na dit weekend zouden ze alweer gaan sluiten. Dus we hadden het rijk voor onszelf. Behalve de huttenwaardin en een of andere postbode was er niemand te bekennen.
Met eten merkten we ook dat het het eind van het seizoen was. Veel keuze was er niet meer. We konden nog net het laatste blikje stoofvlees opmaken met wat aardappels en zuurkool-achtige salade. Maar als je de hele dag buiten bent geweest dan smaakt alles. Gelukkig konden we nog wel een potje bier krijgen. Dus we kwamen de avond wel door. Die duurde toch niet zo lang, want ook nu was het al redelijk vroeg bedtijd.
Het ontbijt de volgende ochtend was helemaal even doorbijten. Het laatste brood van het seizoen was niet bepaald vers te noemen. En ook de boter begon een beetje ranzig te worden. Gelukkig was het buiten heel aardig weer. Mooi blauw en zonnig. Nog wel fris, het gras was behoorlijk bevroren. Maar prachtig weer om vroeg weer verder te gaan.
De weg ging verder omhoog langs dezelfde helling. Naar de Larmkogelscharte. Een mooie wandeling met zo’n beetje de hele weg uitzicht op de hut en op de besneeuwde toppen van de Venediger Gruppe. Op de scharte konden we de rugzakken laten staan en zijn we doorgeklommen naar de gipfel van de Larmkogel op 3017 m. Dat is alweer bijzonder genieten. Heerlijk in het zonnetje met prachtig uitzicht. We zien ook het meertje in het dal waar we straks in moeten afdalen.
Bij terugkomst op de scharte is het tijd voor een lekkere berglunch, met wat minder verse semmeln belegd met kantwurst en smeerkaas. Dat blijft toch heerlijk, tenminste met die heerlijke berglucht erbij.
Daarna was het tijd voor de afdaling naar de Neue Fürtherhütte. Nog een flinke afdaling. Alles wat we deze dag geklommen hadden gaan we ook weer naar beneden. Deze hut lag nl. op nagenoeg dezelfde hoogte: 2201 m. Vlak voor we bij de hut aankomen, komen we eerst nog langs een prachtig bergmeertje met een meanderend bergbeekje. Wat een schitterende natuur.
We waren redelijk op tijd bij de hut, een goede gelegenheid om een lekkere weizenbier te nemen op het zonnige terras voor de hut. Dat was echt dubbel genieten zeg! Je kon merken dat deze hut iets meer bezoek kreeg deze tijd van het jaar nog. Hoewel er weinig mensen waren tijdens ons bezoek. De aankleding en het eten was wat minder spartaans hier. We hebben lekker gesmuld van een bordje prima stoofvlees met gebakken aardappelen en koolmix. Op papier was het verschil met de dag ervoor misschien niet zo groot. In werkelijkheid was het een hemelsbreed verschil.
Hans, de huttenwaard, bleek ook timmerman te zijn. Dat was goed te zien aan de inrichting en alle houten voorwerpen overal in en om de hut. Hij heeft er echt wat van gemaakt. Een leuke gezellige hut, van binnen en van buiten. En ook hier hebben we prima kunnen slapen. Het hele lager voor onszelf, best luxe toch?
De volgende morgen mochten we ons weer opmaken voor de afdaling naar Hollersbach, door het Hollersbachtal. Heel creatief zijn ze hier niet met topografische namen trouwens. Maar goed, ook de afdaling begon met een redelijk steile helling en werd gevolgd door een lange geleidelijke daling over een redelijk brede bergweg door het uitgerekte dal.
Toen we vlak bij Hollersbach kwamen zagen we een bruggetje met een pad aan de andere kant van de beek. Volgens de kaart zou dat een pad moeten zijn die we verder konden nemen. Dus daar gingen we maar langs voor de afwisseling. Maar al gauw bleek het pad niet langer een pad te zijn. Omdat we geen zin hadden weer terug te lopen en de andere kant van de beek te nemen, leek het ons een goed idee om door de beek over te steken. Dus schoenen en sokken uit en oversteken maar. Dit bleek toch niet zo makkelijk als het leek. De stroming was best sterk. Maar uiteindelijk is het Maarten en mij toch gelukt. Franc en Peter liepen terug en waren natuurlijk al veel eerder aan de overkant, maar het avontuur is toch ook wat waard zullen we maar denken.
Al met al was het toch nog een behoorlijke tocht naar Hollersbach en dan nog verder naar een volgend plaatsje Mühlbach. We liepen naar het stationsgebouwtje (de rails was er niet meer maar het stationnetje nog wel) en bestempelden dit als eindpunt van de wandeling. Een klein probleempje was nog dat we de auto moesten halen. Dus als toegift zijn Franc en ik met onze jonge benen nog maar ‘even’ naar Habach gelopen. Nu bleek dat nog flink tegen te vallen, het was toch nog een kleine 6,5 km lopen en dat is na 3 dagen best wel een eind. Maar we hebben het gehaald en konden de weg terug weer aanvangen. Alweer een zeer geslaagde tocht was ten einde… Op naar de volgende.