Voor dit jaar staat een keer Zwitserland op het verlanglijstje. Ietsje dichterbij en prachtige hoge bergen. Dat lijkt ons een hele mooie combinatie. Zo komen we uit bij de bergen in de buurt van Kandersteg. Goed bereikbaar en bijzonder mooi. De plannen zijn gemaakt, klaar om te gaan. Weer met z’n vijven net als het vorige jaar.
’s Ochtends komen we aan in Kiental. Eerst Zwitserse franken tappen, nog een kopje koffie drinken en wat boodschappen doen en dan naar de start van onze tocht rijden. Dat is op de Griesalp, nog een stukje doorrijden over een hele steile weg (28%). Het is een heel klein bergdorpje op ongeveer 1450 m. Hier zetten we de auto neer en kunnen we alvast genieten van een doorkijkje op de prachtige bergen.
Wandelkleren aan, tassen goed inpakken, waterzakken vullen en we zijn klaar voor vertrek. We lopen snel het bos in over een heel goed begaanbaar en makkelijk te vinden wandelpad. Het loopt heerlijk in de stralende ochtendzon. Het is nog niet al te warm, prima temperatuur om te lopen. Verderop komen we boven de boomgrens en lopen we door ruime alpenweiden. We komen nog langs een alm, hier lopen we een stukje over een bergweg en slaan even verder weer af een bergpad op. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen is heerlijk, de alpenweide is heerlijk, het weer is heerlijk. Volop genieten dus! En tijd om even wat te eten inmiddels.
Als we verder gaan merken we dat het snel steiler wordt. We vallen weer in onze bekende valkuil. We beginnen veel te snel op deze hellingen. Met als gevolg dat we na een goed half uur lopen te hijgen en te puffen en dat we om de haverklap stil staan om op adem te komen en de hartslag wat naar beneden te krijgen. Maar goed, we gaan toch maar verder en gelukkig wordt het daar al weer wat minder steil. We lopen inmiddels al volop in de sneeuw. En in combinatie met de blauwe lucht en stralende zon is het nog steeds geweldig. Wel flink zweten en afzien, maar zo de moeite waard.
We komen weer op een steil stuk. Ze hebben hier zelfs een trap aangelegd, omdat het anders geen doen is om het gruis op te komen dat hier ligt. Het kost alsnog best moeite om naar boven te komen, Arnoud heeft zelfs handen en voeten nodig. Het vervolg is ook nog best steil, met een zigzag pad gestut met houten balken. Nog een stukje voorzien van touw voor de noodzakelijke houvast. En dan zijn we toch echt bij de Hohtürli, de pas vlak bij de Blümlisalphütte. Je kunt hier aan de andere kant weer naar beneden naar de Oeschinensee. Dat doen we natuurlijk niet. We zijn blij dat we boven zijn. Als iedereen de pas bereikt heeft lopen we het laatste stukje over een eenvoudige kam naar de hut. We zitten hier bijna op 2900 meter, dus het is hier wel een stuk frisser.
De Blümlisalphütte is een mooie hut en hij ligt prachtig. Fantastisch uitzicht over enorm veel bergtoppen en bergruggen in de buurt. En zoals te verwachten is in deze tijd van het jaar is het heel rustig. Ook binnen is het aardig fris, als we een tijd zitten begint het echt koud te worden. Gelukkig hebben ze een gaskachel staan die ze wel even aan willen steken voor ons. Er zijn nog 4 andere gasten aangekomen. 2 dames uit Basel en wat later 2 mannen uit Berlijn. Voor het gemak maken we met z’n allen gebruik van 1 tafel. We krijgen een goed gevulde soep. Een grote pan op tafel waar we allemaal uit op kunnen scheppen. Een van de dames ontpopt zich als gastvrouw en schept graag voor iedereen op. Het is een gezellige boel. Net of je thuis bent, maar dan met wildvreemde mensen. Waar je dan wel weer de passie voor de bergen mee deelt. Na een gezellige avond gaan we toch maar vroeg naar bed. Bijna 1500 meter klimmen op een dag, na een nacht nagenoeg niet slapen blijft toch bijzonder vermoeiend.
De volgende morgen zitten we weer fris – en sommigen wat minder fris – aan het ontbijt. Niet iedereen heeft goed kunnen slapen. Waarschijnlijk een combinatie van de inspanningen van de vorige dag en de hoogte waarop we zitten. Gelukkig ziet de tocht voor vandaag er wat rustiger uit. We gaan eerst weer een stuk dezelfde weg terug en dan steken we het dal over. Dus na een prima ontbijt gaan we weer op pad. Goed inpakken, want zo in de vroege ochtend is het helemaal nogal koud. Onze 4 medegasten vertrekken net voor ons en gaan allemaal richting de Oeschinensee.
Wij gaan naar rechts waar we vandaan kwamen bij de Hohtürli, de zigzag helling en de trap af. Als we weer in de buurt van de groene alpenweiden komen moeten we meer naar rechts, dieper het dal in richting de Gamchigletscher. Volgens de kaart moeten we de gletscher oversteken. Maar als we daar komen dan blijkt de gletscher zover teruggetrokken te zijn dat we gewoon over de rots kunnen. Wel zijn er bruggetjes neergelegd over de rotsspleten die onder de gletscher hebben gelegen. Een indrukwekkend landschap wel. Aan de andere kant gaan we een stukje de helling weer op en lopen we verder over een grote grijze gruishelling. Als we op een gegeven moment omkijken zien we tot onze verbazing dat deze gruishelling toch op een gletscher ligt. We zien onder het gruis een gat in het ijs zitten. Er ligt alleen zo’n laag gruis op de gletscher dat je helemaal niets van het ijs merkt als je erover loopt. Hiervandaan is het nog een paar honderd meter stijgen. We doen het rustig aan, want we hebben geen zin om weer zo afgepeigerd te zijn als gisteren. Zo zijn we toch mooi op tijd bij de Gspaltenhornhütte.
De Gspaltenhornhütte is een veel kleinere hut dan de Blümlisalphütte. Hij ligt tegen de rots aangebouwd. Ook de voorzieningen zijn wat minder luxueus. Het toilet en de was ruimte zijn buiten. Nou ja toilet, eigenlijk is het gewoon een plank met een gat erin boven de afgrond. Je kunt je boodschap gewoon laten vallen en het komt vanzelf tientallen meters beneden je op de rotsen terecht. Verder is het ook in deze hut knus. We zien nog een ander gast die hier in de buurt heeft geklommen. Hij blijft alleen niet overnachten. Zo blijven we met z’n vijven en de waard achter. We kregen prima eten en vermaken ons ook de avond nog prima.
De volgende morgen staat er alweer een lekker ontbijt voor ons klaar en wacht ons nog een andere verrassing. Het heeft vannacht een beetje gesneeuwd en de hele omgeving is nu wit geworden. Ook nu sneeuwt het nog een beetje. Als we vertrekken zijn we weer goed ingepakt, maar nu vooral in regenkleding. Vandaag besluiten we om op te splitsen. Peter en Maarten gaan via de kortste route het dal in naar de auto. De rest gaat nog een stukje omhoog en gaat 1 zijdalletje verder naar beneden. Zo gaan we – Franc, Arnoud en ik – weer een stuk door de sneeuw. We moeten ook een stukje rots op met een laddertje en komen daar op een prachtige kam. Het uitzicht is hier weer prachtig. Het weer is inmiddels ook weer flink opgeklaard en ziet er prima uit.
Aan de andere kant is het een stevige afdaling door een behoorlijk pak sneeuw. Het valt niet mee om hierdoor naar beneden te komen. Aan het begin gaat het prima, maar op een gegeven moment wordt het gladder en wordt de ondergrond onregelmatiger. De tocht en vooral de zware rugzak, met 10 kg touw erin beginnen me op te breken. We lopen over een bergweg verder, maar ik zak bij elke stap bijna door mijn benen. Het lijkt ons het beste om de last te verdelen. Dus touw uit mijn rugzak en bij Arnoud op z’n rug. Zo lukt het beter. Als we terugkomen bij de auto zijn Peter en Maarten natuurlijk allang beneden.
Al met al een bijzondere, pittige en prachtige tocht. Weer een ervaring rijker!