Huttentocht 2010 – Lienzer hütte, Oostenrijk

Voor 2010 maken we nieuwe plannen. De klettersteig in Italië smaakte naar meer. Dat willen we wel vaker. Dus koop ik een boek met alle mooie klettersteigen van Oostenrijk. Genoeg om uit te kiezen in ieder geval. Laten we maar bij een makkelijke beginnen dan kijken we hoe dat bevalt. Iedereen moet nu natuurlijk wel een klettersteigsetje aanschaffen en een helm, dat hoort er helemaal bij. Na wat wikken en wegen, zoeken en graven besluiten we om een klettersteig op te nemen in de planning naar de Glödis. Of liever we plannen een tocht rond deze klettersteig. Het zou redelijk makkelijk moeten zijn, en goed te bereiken vanaf de Lienzer hütte. De hut zelf is met een uur lopen te bereiken vanaf een parkeerplaats. Ja, want er was nog iets, dat rijden ’s nachts dat breekt toch altijd wel op. Vooral Peter houd daar niet zo van. Dus laten we overdag rijden en dan, met nog een klein stukje wandelen, gelijk overnachten in een hut.

Zo gezegd, zo gedaan. Op dinsdagochtend 7 september 2010 stappen we in de auto. Met z’n vieren deze keer, Peter moest helaas afhaken. Na een tochtje van ongeveer 1000 km zijn we in Lienz rond een uur of 6. Mooi op tijd om nog een laatste hap te pakken in de lokale Mc Donalds. En dan het laatste stukje naar de parkeerplaats redelijk dicht bij de hut. Op de kaart is het maar een klein stukje, maar toch kost het ons nog wel even. Diep het Debanttal in over een onverharde weg vol kuilen en stenen, het gaat nog niet zo snel. Maar ruim voor het donker komen we aan op de parkeerplaats. Dus tijd om ons klaar te maken voor de wandeling. Het is bewolkt, maar en het miezert iets. De helft van ons trekt de regenkleding vast aan, de ander helft gokt het erop. En zo gaan we op pad. Vol goede moed en met de rugtassen nog net iets voller dan vorige keer.

Bijna bij de hut

Het begint al te schemeren en het gaat nog harder regenen bovendien. De rest toch ook maar de regenkleren aan, en weer door. En ja hoor daar zien we de Lienzer hütte al liggen. Het ziet er gezellig uit. En dat blijkt, als we aankomen is het behoorlijk druk in de hut. En het heeft al eerder geregend vandaag blijkbaar want er is geen plekje meer te vinden om de natte jassen te drogen te hangen. Overal hangt het vol met natte jassen, schoenen sokken en nog veel meer. Gelukkig zijn we wel op tijd om nog een lekker glas bier te nemen voordat we naar bed gaan.

De volgende ochtend zijn we niet als eerste op, dat scheelt er zijn al vrij veel mensen vertrokken. We nemen een lekker ontbijtje en gaan weer fris en fruitig op pad. Het weer ziet er iets vriendelijker uit dan gisteren, maar toch hangt de bewolking nog behoorlijk laag. We zien wel wat het wordt. We hebben een aardig hoogte verschil te overbruggen, van net onder de 2000 meter naar net boven de 3200 meter. Pittig! Eerst loopt het nog redelijk geleidelijk omhoog. Afwisselend almweitjes met wat meer struikgewas her en der. Langzaam wordt het wat rotsiger en wat steiler. Maar met dat we hoger komen zitten we ook heel regelmatig in de mist. Het uitzicht varieert van ongeveer 20 meter tot misschien maximaal een kilometer. Het maakt het landschap haast een beetje mysterieus. 

mysterieuze mist

Op een gegeven moment bereiken we de start van de klettersteig. We trekken onze uitrusting aan en zijn er helemaal klaar voor. Spannend deze eerste echte klettersteig. De moeilijkheidsgraad blijkt niet al te hoog inderdaad, heel goed te doen. En het gaat toch wel redelijk steil omhoog, dus een gewone wandeling kun je het zeker niet noemen. Zo klimmen we helemaal door naar de top. Toch een hele prestatie, al zeg ik het zelf. Jammer alleen van het uitzicht, of liever van het ontbreken van het uitzicht. Toch was het helemaal de moeite waard. Een beetje extra spektakel in onze tochten, dat heeft wel wat.

We blijven niet te lang op de top, we hoeven alleen onze namen nog maar in het boek te schrijven en we gaan weer terug. Helemaal dezelfde route naar de hut. Het gaat sneller dan heen gelukkig, anders waren we niet op tijd voor het eten. Zo belanden we terug in de hut voor een wel verdiende maaltijd. Het is een stuk rustiger dan gisteren. Lekker! 

Na een verkwikkende nachtrust zijn we ’s morgens klaar voor de oversteek naar de volgende hut. Het gaat vandaag naar de Adolf Nossbergerhütte, over de Niedere Gradenscharte. Ook vandaag hangt de bewolking weer laag en het is de vraag of we het draag gaan houden. Maar we zijn optimistisch dus we vertrekken vrij licht gekleed, je hebt het toch zo weer warm als je aan het lopen bent. En beneden schijnt zelfs even een heel waterig zonnetje door de bewolking heen. De klim blijkt gelijk al behoorlijk steil te zijn. Stevig aanpoten dus. En ook nu weer: hoe hoger we komen hoe mistiger het wordt. Voordat we helemaal boven zijn op de scharte begint het te sneeuwen. Niet heel hard, maar toch wel zo dat je er nat van wordt en ook dat het een beetje blijft liggen. We komen boven bij een meertje en we kunnen de verleiding zonder moeite weerstaan om er een duik in te nemen. Aan de andere kant loopt het pad over een heel bijzonder gesteente. Gelukkig is het vrij stroeve rots, als het wat kouder was geweest en de nattigheid was aangevroren dan was het een grote glijbaan geweest en onmogelijk om te overbruggen. Maar nu ging het heel aardig. We dalen weer verder af en zien 2 meertjes liggen. Precies tussen die 2 meertjes ligt de Nossbergerhütte. Een bescheiden hut op een heel aardige plek. Nog een stevig stukje doorlopen en we bereiken de hut. Nog steeds sneeuwt het af en toe. Dus met druipende (regen)kleren komen we aan. Lekker op tijd, nog tijd genoeg om even te relaxen in de hangmat-stoel voor de houtkachel.

Hoewel een redelijk kleine hut, is het toch een hut met een verhaal. De huttenwaard blijkt een fanatiek bergbeklimmer te zijn. Eens in de zoveel tijd maakt hij een expeditie naar bijvoorbeeld Nepal. Hij heeft een oefenbord boven de deuropening gemaakt waar hij om de beurten aan 1 of 2 handen kan hangen. Met grepen voor zijn vingers van mini richeltjes tot redelijke randen. En ook het eten in de hut is een belevenis. Voor het avondeten worden 2 koekepannen vol met eierspätzle mit käse op tafel gezet. Vork en lepel erbij en ga je gang maar. Dus heerlijk met 2 tegelijk uit de pan zitten peuzelen. Als dat niet echt is?  

Heerlijk uit de pan eten

De volgende ochtend staan we klaar voor het laatste deel van de tocht. Vandaag over de Hohe Gradenscharte vlak langs de Wangenitzseehütte terug naar de parkeerplaats. Het weer lijkt iets beter dan gisteren, maar nog steeds hangt de bewolking laag. We gaan eerst over een gruishelling op zoek naar het pad naar de scharte. Volgens de waard is het laatste stukje gezekerd met een touw, maar moet goed te doen zijn. Door de koude blijkt er een laagje ijs op de grotere stenen te liggen. Oppassen geblazen dus. Door het fijnere gruis en door wat sneeuwveldje komen we in de buurt van de scharte. En dan het moeilijkste stuk, met behulp van het touw omhoog klimmen. Het blijkt het meest spectaculaire stukje van de tocht te zijn. Voor de zekerheid hebben we toch ook maar even onze klettersteiguitrusting aangetrokken. Maar het lukt. We komen allemaal veilig boven. En aan de andere kant weer aan een stuk touw naar beneden. Pfoe. En zowaar met dat we boven zijn breekt de zon door en wordt ook het uitzicht ineens heel behoorlijk. Wat een prachtige wereld ineens waar we in lopen. Door een soort kommetje lopen we naar een volgende scharte, de Kreuzseeschartl. Daarvandaan hebben we prachtig zicht op de Wangenitzsee en de naastliggende hut. 

Mooi uitzicht op het meertje

Het blijkt nog een hele afdaling naar het meer, we besluiten de hut daarom maar niet aan te doen en gaan wat naar rechts waar het pad loopt het dal in naar de parkeerplaats. En zoals vaker, het laatste stuk naar beneden voelt altijd als het zwaarst. Het doel van de tocht is al bereikt en op gegeven moment heb je het wel gehad. Pijn in je voeten, pijn in je benen, maar je moet tocht nog verder. En uiteindelijk ben je er dan toch. Moe maar voldaan. Even weer omkleden en dan gelijk in de auto voor de terugreis naar huis. We hebben heen dan wel overdag gereden, terug zullen we toch grotendeels ’s nachts moeten rijden. Veilig, maar op een wat ongepast tijdstip komen we zo weer thuis. Heerlijk was het toch weer. En dat klettersteigen, dat houden we er zeker in…