In 2013 kiezen we ervoor om al vroeg in het seizoen te gaan. Juni lijkt ons wel een mooie maand. Dan komt de natuur net mooi op gang en bovendien is het nog niet erg druk. In de agenda komen we wat vroeg uit in de maand en dan blijkt de keuze voor hutten die open zijn niet al te groot. We komen uiteindelijk uit in Oostenrijk, net over de grens. Daar is een hut open in een mooi gebied en er is ook nog een klettersteig recht tegenover die we eventueel zouden kunnen uitproberen

Zo gaan we dinsdagavond 4 juni 2013 onderweg richting Oostenrijk. We komen mooi op tijd aan in het dorpje, we moeten even wachten tot de winkel open gaat. We bereiden ons vast een beetje voor. Zonnebrand op, ontbijtdrankje uitproberen en genieten van de zon en de prachtige omgeving. En dan gaat de winkel open. Snel de nodige boodschappen opzoeken en inpakken. En dan gaan we naar het volgende dorpje, want daar start ons avontuur. We vinden een goede plek om de auto een paar dagen te laten staan. Oeps waar halen we hier eigenlijk water vandaan voor onderweg. Misschien hebben ze ergens een kraan. Maar helaas, dan maar in het winkeltje vragen. Daar kunnen we wel water krijgen, moeten we het wel kopen, grrr. Nou ja,een paar flessen kopen dan maar, het mag de pret niet drukken.

Hoogste tijd om te vertrekken. We lopen het dorp uit en dan gelijk een bospad op. Een bruggetje over boven een woeste beek en dan komen we op een grindpad terecht die we een heel eind volgen de hoogte in. Het loopt prima zo, alle tijd om over van alles en nog wat te praten. Straks wordt het pad smaller, dan lukt dat praten niet meer zo. Maar dat duurt nog even, want de weg loopt een flink eind door.

Als we wat hoger komen zien we duidelijk hoeveel sneeuw er nog ligt. We kunnen ons voorbereiden op flinke stukken door de sneeuw lopen. Het is te hopen dat de doorgang veilig te passeren is. Volgens de informatie die we ingewonnen hebben, moet het prima kunnen, maar je weet maar nooit wat je tegenkomt. Op een gegeven moment is het grootste deel van de weg bedekt met sneeuw en is er een klein pad nog zichtbaar, daar is de sneeuw al weggesmolten. En niet veel later is de weg helemaal onder de sneeuw. Bovendien gaat de weg hier ergens ook over in een pad. Tenminste volgens de kaart, want zo onder de sneeuw hebben we dat zelf niet zo in de gaten.

Wat we wel merken is dat we veel steilere stukken tegenkomen nu. Stevige klimmetjes en grotendeels bedekt met een dikke sneeuwlaag. We zien verderop een stel wandelaars ons tegemoetkomen. Dat geeft ons in ieder geval het idee dat we de juiste richting ingaan. Even later zien we dat de man die ons tegemoet komt tot ongeveer zijn heup in de sneeuw is gezakt op. We lopen naar ze toe om een handje te helpen met weer uit de sneeuw te komen. Maarten is er het eerste bij, maar het is ze inmiddels zelf gelukt om weer los te komen en verder te kunnen. Als ze buiten gehoorafstand zijn maken we de onvermijdelijke grap dat het geen wonder is dat je met zo’n gewicht zo diep de sneeuw inzakt. We verbazen ons erover dat hij met dat gewicht überhaupt helemaal naar boven kon komen. Wat dat betreft: petje af. Maar goed wij gaan zelf inmiddels ook weer onverschrokken verder. We komen nog langs een stuk waar overduidelijk de sneeuw aan het rollen is geweest. We moeten over de overblijfselen van een mini-lawine. Toch even spannend of de sneeuw niet opnieuw aan het rollen gaat als we eroverheen lopen. Maar gelukkig, dat valt alles mee. Uiteindelijk zijn we bijna op de kam. Met een kleine omweg kunnen we nog een topje meenemen. Dat besluiten we maar te doen. Hoewel we weer wat hoger zijn is het hier veel groener dan net op de helling. Waarschijnlijk heeft de zon hier zijn werk gedaan en is de meeste sneeuw hier al weggesmolten.

Op de top genieten we van het uitzicht. Op de hut beneden ons. En ook over de Vilsalpsee die we hier vandaan ook gedeeltelijk kunnen zien liggen. En van heel wat rijen bergtoppen die we verder nog zien. Na een korte rustpauze vervolgen we onze weg. We hebben nog een behoorlijke afdaling te gaan van hier naar de hut. Niet super steil, maar toch lastig genoeg door de sneeuw die ook hier in ruime mate ligt, maar net niet dik genoeg is om er onbekommerd door naar beneden te rennen. Zo bereiken we ergens halverwege de middag de hut.

Na een prima nachtrust en behoorlijk ontbijt gaan we weer op weg voor een rondje over de bergtop vlak voor de hut. We lopen eerst weer in de richting waar we de vorige dag vandaan zijn gekomen en gaan dan al gauw wat meer naar rechts. Zo komen we aan de achterkant van de berg uit en kunnen we vandaar omhoog naar de top. Er liep ook een klettersteig bijna recht omhoog naar de top, maar gezien de vele sneeuw leek het ons verstandiger toch maar de normaal-route te nemen. Deze was uitdagend genoeg bleek al snel.We moeten recht tegen een behoorlijk steile sneeuwhelling op. Met onze schoenen schoppen we een soort treden in de sneeuw en zo hebben we voldoende grip om de helling als een soort trap te beklimmen.

Zo bereiken we na een paar uurtjes de top en genieten we weer volop van het uitzicht. We kijken recht op de hut en kunnen vanaf hier 3 meertjes achter elkaar zien liggen. Ze liggen op heel verschillende hoogtes, maar vanaf hier valt dat niet zo op. Het blijkt alleen wel duidelijk aan het ijs op het eerste meertje en niet op de andere 2.

De afdaling vanaf de top de andere kant langs weer terug naar de hut, begint met een lastig stukje. Het is steil en het pad is moeilijk te vinden zo moeten we verschillende gladde sneeuwvelden over, maar ook een paar bijna net zo gladde groen stukken. Peter glijdt een paar keer enkele meters door op zijn gat. Gelukkig komen we niet veel later op een duidelijker en breder pad die goed begaanbaar is. Dat is maar goed ook, want Peter heeft flink de bibbers in de benen. We komen nu bij een kam aan de rand van de kom waaraan de hut ligt. Deze helling ligt weer helemaal vol met een dikke laag sneeuw. Maar hier weten we wel raad mee. Hier kun je prima in volle vaart naar beneden stormen. We maken voor de zekerheid wel een zigzag beweging, zodat we niet helemaal als een dolle doorschieten, want er loopt ook nog een beek in het laagste deel van de kom. Daar willen we toch liever niet inzakken. Zo zijn we in no-time weer terug bij de hut. Tijd voor een soepje en dan nog een hele middag over.

We hebben nog ruim voldoende tijd om toch even een stukje klettersteig te gaan uitproberen. We gaan met z’n drieën. Peter houd ons vanaf het terras goed in de gaten. Onderaan de klettersteig is er ook een heel kort proefstukje. We leven ons even uit op verschillende moeilijke stukjes. Maarten pakt het lastigste stuk. Een meter of 4 recht omhoog met de voetzolen plat tegen de rots en verder vooral aan de kabel achterover leunen voor meer grip. Hebben we tenminste ons setje niet voor niets meegenomen. Als we uitgespeeld zijn lopen we weer door de sneeuw terug naar de hut om het gezelschap van Peter weer op te zoeken.

Na weer een goede nacht en idem ontbijtje is het alweer tijd om vandaag het dal terug in te gaan. We hebben nog genoeg tijd, dus voordat we naar beneden gaan willen we ook nog even een andere top beklimmen. We doen dat weer met z’n drieën. Nog best een flinke klim, maar we doen het toch heel snel. En dan terug naar de hut gaat helemaal op topsnelheid. Opnieuw in volle vaart van de sneeuwhelling naar beneden. Het gaat nog sneller dan gisteren. We krijgen echt de smaak te pakken.

Bij de hut pikken we Peter weer op en gaan we echt aan de afdaling naar het dal beginnen. Het eerste stuk is lastig en steil. Met behulp van wat kettingen die aangebracht zijn lukt het zonder kleerscheuren. En hierna gaat het een stuk makkelijker. We komen eerst langs de Traualpsee en een tijd later bij de Vilsalpsee. Hier is heel goed te zien dat het echt lente is. De weiden aan het meer zijn helemaal geel van de bloemen. We komen op ongeveer een kwart van het meer uit. Maar omdat het pad door lawines verspert is moeten we 3 kwart van het meer rondlopen in plaats van 1 kwart. Maar het is prachtig en vlak, dus het is geen straf. We komen dan bij een restaurant uit aan de oever van het meer. We nemen hier een verrukkelijke lunch met vers brood – in tegenstelling tot in de hut – en heerlijke gebakken eieren.

Bij het restaurant vandaan loopt een weg, hier rijd een soort treintje naar het dorp. Helaas hebben we niet goed op de dienstregeling gekeken en als wij verder willen duurt het nog een uur voordat het volgende treintje gaat. We gaan toch maar gewoon lopen in dit geval. En zo komen we na toch weer bijna 2 uur lopen aan in het dorp. We zoeken hier een hotel voor de laatste overnachting. En dan natuurlijk het leukste deel van de tocht. Nog even ruim 5 kilometer lopen om de auto weer op te halen in het dorp verderop. Franc en ik zijn weer de pineut. Maar geen probleem, als je wilt wandelen dan zul je wandelen.


































En zo komt het dat we alweer met z’n vijven vertrekken naar Italië. Nog steeds in een ietwat krappe Seat Altea. We hebben bedacht dat we maar een beetje moeten vals spelen en het eerste stuk met de stoeltjeslift omhoog gaan. Dat scheelt alvast een heel stuk. En dan kunnen we dezelfde dag al wel een topje meepikken. Zo staan we al vrij vroeg hoog in de bergen met een prachtig uitzicht op de Ortler met een heerlijk blauwe lucht en een stralende zon.
We vervolgen de tocht op weg naar de Tschenglser Hochwand. Het doel van deze dag. Aangezien we daarna weer terugkomen in deze hut om te overnachten kunnen we het overgrote deel van onze spullen gewoon in de hut achter laten. Dat scheelt enorm in het gewicht. En zo loopt het een stuk makkelijker. Achter de hut lopen we een soort keteldal in. We moeten bijna helemaal naar achteren lopen om het laatste stuk steil omhoog te gaan de Tschenglser Hochwand op. We lopen door enorme morenen velden. Nog een flink stukje tippelen. Peter heeft na de lange reis en de tocht tot nu toe al veel van z’n energie verbruikt en besluit niet verder mee omhoog te gaan vandaag maar alvast langzaam terug te lopen naar de hut. Hij spaart zijn energie voor de tocht van morgen. Dan staat er ook noch een hele beklimming op de rol. Met z’n vieren vervolgen we de tocht. En ja zowaar even verderop kunnen we onze nieuw aangeschafte klettersteigsetjes uit gaan proberen. Dat wil zeggen allemaal behalve Maarten, die heeft er geen. Bij de beschrijving van de tocht stond dat een klettersteigset aan te bevelen was, maar dat het ook zonder kon. We komen bij een mooi nieuw aangelegde klettersteig het ziet er veelbelovend en spectaculair uit. Iets te spectaculair. Met setje maar met 0 ervaring op klettersteig gebied lijkt het al niet echt haalbaar, maar zonder klettersteigset is het al helemaal onmogelijk. Er blijkt gelukkig ook een oude route te zijn die een stuk beter te behappen is. Op sommige stukken wel voorzien van stukken staaldraad, maar ook zonder setje is het hier prima te doen. Zo komen we na veel klauteren en klimmen op de prachtige top. Met een prachtig uitzicht over het Venostadal. Er komt wat donkere bewolking opzetten en het is inmiddels al 4 uur geweest dus hoogste tijd om weer terug naar de hut te gaan. We nemen een iets andere route. Iets minder klauteren en iets meer gruis. Al met al nog wel een flinke kluif na zo’n lange dag en dan nog het hele stuk terug door het keteldal. Peter zit inmiddels al heerlijk uitgerust in de hut op ons te wachten. En wat smaakt het eten toch altijd heerlijk na zo’n vermoeiende dag. En natuurlijk de niet te missen weizener!
Peter grijpt zijn kans en loopt een flink eind vooruit als de rest nog wat rustig aan het genieten is en nog wat foto’s aan het maken is. Het gaat over een terrein met veel gruis afgewisseld met morenevelden. Daarna komen we bij een indrukwekkende rotshelling waar we tegenop mogen zigzaggen. Van een afstand vraag je je af hoe dat moet gaan lukken. Maar gewoon het pad volgen en het blijkt toch mogelijk te zijn. Er zijn verschillende stukken gezekerd met staalkabel, maar heel moeilijk is het niet. Wel spectaculair en prachtig. Het weer, het gesteente en de omgeving allemaal even indrukwekkend. Als we op een soort kam komen nemen we even rust en kunnen we nog eens even de berg van gisteren bestuderen, want daar hebben we hiervandaan prima zicht op.
Zo is het na weer een nacht in dezelfde hut weer tijd om huiswaarts te gaan. Vandaag alleen afdaling naar het dal op het programma. Omdat we er de hele dag de tijd voor hebben lopen we het hele stuk maar. En nemen we niet de kabelbaan zoals op de heenweg. Zo dalen we weer onder de boomgrens en genieten we nog wat van weer een andere kant van de bergwereld door het gras en door de bossen. En we zijn mooi op tijd weer bij de auto. We besluiten maar direct op huis aan te gaan. Dus allemaal weer in de auto en … hup op weg.
’s Ochtends komen we aan in Kiental. Eerst Zwitserse franken tappen, nog een kopje koffie drinken en wat boodschappen doen en dan naar de start van onze tocht rijden. Dat is op de Griesalp, nog een stukje doorrijden over een hele steile weg (28%). Het is een heel klein bergdorpje op ongeveer 1450 m. Hier zetten we de auto neer en kunnen we alvast genieten van een doorkijkje op de prachtige bergen.
Als we verder gaan merken we dat het snel steiler wordt. We vallen weer in onze bekende valkuil. We beginnen veel te snel op deze hellingen. Met als gevolg dat we na een goed half uur lopen te hijgen en te puffen en dat we om de haverklap stil staan om op adem te komen en de hartslag wat naar beneden te krijgen. Maar goed, we gaan toch maar verder en gelukkig wordt het daar al weer wat minder steil. We lopen inmiddels al volop in de sneeuw. En in combinatie met de blauwe lucht en stralende zon is het nog steeds geweldig. Wel flink zweten en afzien, maar zo de moeite waard.
We komen weer op een steil stuk. Ze hebben hier zelfs een trap aangelegd, omdat het anders geen doen is om het gruis op te komen dat hier ligt. Het kost alsnog best moeite om naar boven te komen, Arnoud heeft zelfs handen en voeten nodig. Het vervolg is ook nog best steil, met een zigzag pad gestut met houten balken. Nog een stukje voorzien van touw voor de noodzakelijke houvast. En dan zijn we toch echt bij de Hohtürli, de pas vlak bij de Blümlisalphütte. Je kunt hier aan de andere kant weer naar beneden naar de Oeschinensee. Dat doen we natuurlijk niet. We zijn blij dat we boven zijn. Als iedereen de pas bereikt heeft lopen we het laatste stukje over een eenvoudige kam naar de hut. We zitten hier bijna op 2900 meter, dus het is hier wel een stuk frisser.
De Blümlisalphütte is een mooie hut en hij ligt prachtig. Fantastisch uitzicht over enorm veel bergtoppen en bergruggen in de buurt. En zoals te verwachten is in deze tijd van het jaar is het heel rustig. Ook binnen is het aardig fris, als we een tijd zitten begint het echt koud te worden. Gelukkig hebben ze een gaskachel staan die ze wel even aan willen steken voor ons. Er zijn nog 4 andere gasten aangekomen. 2 dames uit Basel en wat later 2 mannen uit Berlijn. Voor het gemak maken we met z’n allen gebruik van 1 tafel. We krijgen een goed gevulde soep. Een grote pan op tafel waar we allemaal uit op kunnen scheppen. Een van de dames ontpopt zich als gastvrouw en schept graag voor iedereen op. Het is een gezellige boel. Net of je thuis bent, maar dan met wildvreemde mensen. Waar je dan wel weer de passie voor de bergen mee deelt. Na een gezellige avond gaan we toch maar vroeg naar bed. Bijna 1500 meter klimmen op een dag, na een nacht nagenoeg niet slapen blijft toch bijzonder vermoeiend.
De volgende morgen zitten we weer fris – en sommigen wat minder fris – aan het ontbijt. Niet iedereen heeft goed kunnen slapen. Waarschijnlijk een combinatie van de inspanningen van de vorige dag en de hoogte waarop we zitten. Gelukkig ziet de tocht voor vandaag er wat rustiger uit. We gaan eerst weer een stuk dezelfde weg terug en dan steken we het dal over. Dus na een prima ontbijt gaan we weer op pad. Goed inpakken, want zo in de vroege ochtend is het helemaal nogal koud. Onze 4 medegasten vertrekken net voor ons en gaan allemaal richting de Oeschinensee.
Wij gaan naar rechts waar we vandaan kwamen bij de Hohtürli, de zigzag helling en de trap af. Als we weer in de buurt van de groene alpenweiden komen moeten we meer naar rechts, dieper het dal in richting de Gamchigletscher. Volgens de kaart moeten we de gletscher oversteken. Maar als we daar komen dan blijkt de gletscher zover teruggetrokken te zijn dat we gewoon over de rots kunnen. Wel zijn er bruggetjes neergelegd over de rotsspleten die onder de gletscher hebben gelegen. Een indrukwekkend landschap wel. Aan de andere kant gaan we een stukje de helling weer op en lopen we verder over een grote grijze gruishelling. Als we op een gegeven moment omkijken zien we tot onze verbazing dat deze gruishelling toch op een gletscher ligt. We zien onder het gruis een gat in het ijs zitten. Er ligt alleen zo’n laag gruis op de gletscher dat je helemaal niets van het ijs merkt als je erover loopt. Hiervandaan is het nog een paar honderd meter stijgen. We doen het rustig aan, want we hebben geen zin om weer zo afgepeigerd te zijn als gisteren. Zo zijn we toch mooi op tijd bij de Gspaltenhornhütte.
De Gspaltenhornhütte is een veel kleinere hut dan de Blümlisalphütte. Hij ligt tegen de rots aangebouwd. Ook de voorzieningen zijn wat minder luxueus. Het toilet en de was ruimte zijn buiten. Nou ja toilet, eigenlijk is het gewoon een plank met een gat erin boven de afgrond. Je kunt je boodschap gewoon laten vallen en het komt vanzelf tientallen meters beneden je op de rotsen terecht. Verder is het ook in deze hut knus. We zien nog een ander gast die hier in de buurt heeft geklommen. Hij blijft alleen niet overnachten. Zo blijven we met z’n vijven en de waard achter. We kregen prima eten en vermaken ons ook de avond nog prima.
De volgende morgen staat er alweer een lekker ontbijt voor ons klaar en wacht ons nog een andere verrassing. Het heeft vannacht een beetje gesneeuwd en de hele omgeving is nu wit geworden. Ook nu sneeuwt het nog een beetje. Als we vertrekken zijn we weer goed ingepakt, maar nu vooral in regenkleding. Vandaag besluiten we om op te splitsen. Peter en Maarten gaan via de kortste route het dal in naar de auto. De rest gaat nog een stukje omhoog en gaat 1 zijdalletje verder naar beneden. Zo gaan we – Franc, Arnoud en ik – weer een stuk door de sneeuw. We moeten ook een stukje rots op met een laddertje en komen daar op een prachtige kam. Het uitzicht is hier weer prachtig. Het weer is inmiddels ook weer flink opgeklaard en ziet er prima uit.
De keuze is dit jaar gevallen op het Stubaital in Oostenrijk. Het is een mooi dal met hoge bergen eromheen en een overvloed aan berghutten om uit te kiezen. De bedoeling is om de eerste dag langs de Nürnbergerhütte te lopen door naar de Sulzenauhütte. Zodoende parkeren we de auto onderaan het Langental, een zijdal diep in het Stubaital. Het weer is bij aankomst niet al te best. Het regent behoorlijk en de bewolking hangt erg laag. We kunnen dus niet zien hoe het hogerop is.
Op het volgende bospad begint de klim pas echt. Met al die sneeuw is het geen makkie. Het gaat bovendien niet al te snel. Tegen een uur of 1 komen we in de buurt van de Nürnbergerhütte. Gezien het weer en de vertraging die we hebben opgelopen besluiten we de plannen te wijzigen. We blijven in de Nürnbergerhütte en kijken morgen of we nog verder kunnen of niet. Het lijkt er niet op dat ze er in de hut erg blij mee zijn. Ze verwachten blijkbaar geen gasten meer. Ze zijn al druk bezig met schoonmaken en opruimen om te gaan sluiten. Wij trekken ons daar niets van aan en proberen ons de rest van de middag te vermaken. Dat valt nog niet heel erg mee. We hebben wel de gelegenheid om nog wat nieuwe kaartspelletjes te leren, zoals toepen bijvoorbeeld. Klaverjassen gaat helaas niet met z’n vijven.
En tussendoor gaan we af en toe even buiten kijken, hoeveel sneeuw er nu al ligt. En even op zoek naar een sprankje netwerk voor de telefoon, zodat we nog even een levensteken naar huis kunnen sturen. Het sneeuwpak groeit tot wel een centimeter of 40. Het is een prachtig gezicht, dat zeker.
Na een rustige nacht zitten we de volgende ochtend redelijk vroeg aan het ontbijt. We gaan toch maar proberen om naar de volgende hut te komen. Voor de zekerheid nog een keer aan de waard gevraagd. “Es ist ein Risiko” is eigenlijk het enige wat hij meegeeft. Ja, dat kunnen we zelf ook bedenken. Maar hoe groot is dat risico?
Zo komen we tegen de middag op het hoogste punt van de dag “Niederl”. Er staat zelfs een kruis hoewel het niet echt een gipfel is. Het is inmiddels wel weer een beetje gaan sneeuwen en ook de wind trekt wat aan. Al met al is het leuk om boven te zijn, maar heel veel valt er niet te genieten van het uitzicht. Heel even zien we een glimp van het dal door een gat in de bewolking, dat is alles. Maar spectaculair en overweldigend is het wel met al die sneeuw. We zoeken even verderop de beschutting op van een kleine kom om een beetje uit de wind te staan en een broodje te eten. Het valt niet mee om staand en met handschoenen aan je brood klaar te maken. Uiteindelijk toch gelukt om een paar semmeln met kantwurst en smeerkaas naar binnen te werken.
We lopen verder en komen door een gedeelte met grote keien. Dat loopt een stuk moeilijker. In de sneeuw kun je slecht zien waar je je voeten neer moet zetten. Het gaat behoorlijk langzaam, maar ook hier komen we zonder kleerscheuren doorheen. En daar komt dan toch de Sulzenauhütte in zicht. Pfoe, dat was me een avontuur!
Op een gegeven moment hoor ik Franc roepen: “Jongens help effe!”. Ik kijk waar dat vandaan komt en zie even verderop Franc alleen met zijn hoofd en romp boven de sneeuw uit steken. Voor de rest is hij helemaal weggezakt. “Ja ik zit bovenin een boom!”, roept hij nog. Bovenin een boom?!? Maar inderdaad hij is naast het pad terecht gekomen en daar is het zo steil dat de boom vlak naast het pad zoveel lager staat dat de top net zo hoog is als het pad zelf. We helpen Franc een handje, zo staat hij snel weer op het pad. Als we uitgelachen zijn gaan we weer verder.
We gaan weer verder, de alm is relatief vlak en komt uit bij een nieuwe helling in het bos deze keer. Omdat we inmiddels al een stuk lager zijn, lopen we hier door papperige sneeuw pulp. Dat loopt niet zo lekker. En op de helling naar beneden is er eigenlijk helemaal geen echte sneeuw meer, hier is het vooral heel nat. Wel een beetje apart dat je zo vanuit een winterlandschap een herfstlandschap inloopt. Maar het maakt de tocht wel wat veelkleuriger. Beneden in het dal lopen we nog een stuk parallel aan de weg terug naar de auto. We komen er in het begin van de middag aan. Vroeg genoeg om alle natte kleren op te ruimen en op weg te gaan naar huis.
Voor onze tweede tocht hebben we een nieuwe medestander gevonden: Peter. Met z’n vieren zijn we vertrokken richting de Hohe Tauern in Oostenrijk. Weer ’s nachts met de auto door Duitsland en over Pass Thurn door Oostenrijk. Andere baan, dus ook een andere auto.
Vervolgens de auto parkeren in Habach op een parkeerplaats aan het begin van het Habachtal. En daarna van start. Inmiddels wat nieuwe uitrusting aangeschaft. Nieuwe rugzak, bergschoenen en als voorschot op de erfenis de stokken van mijn schoonmoeder. We waren er helemaal klaar voor.
In de middag kwamen we een beetje aan het eind van het dal. Daar moesten we via een steile helling nog een stuk omhoog naar de Neue Thüringerhütte. Aan het begin van dit pad stond er nog een hokje met brandhout. Er stond een bordje bij met het vriendelijke verzoek aan alle wandelaars die langs de hut wilden, om een blokje brandhout mee te nemen. Dus fris als we nog waren hebben we dat maar gedaan. De nieuwe rugzak was toch groot zat.
Zo arriveren we ergens in de tweede helft van de middag in de eerste hut op 2212 m. hoogte. Een hut van redelijk formaat, maar wel erg rustig deze tijd van het jaar. Na dit weekend zouden ze alweer gaan sluiten. Dus we hadden het rijk voor onszelf. Behalve de huttenwaardin en een of andere postbode was er niemand te bekennen.
De weg ging verder omhoog langs dezelfde helling. Naar de Larmkogelscharte. Een mooie wandeling met zo’n beetje de hele weg uitzicht op de hut en op de besneeuwde toppen van de Venediger Gruppe. Op de scharte konden we de rugzakken laten staan en zijn we doorgeklommen naar de gipfel van de Larmkogel op 3017 m. Dat is alweer bijzonder genieten. Heerlijk in het zonnetje met prachtig uitzicht. We zien ook het meertje in het dal waar we straks in moeten afdalen.
Daarna was het tijd voor de afdaling naar de Neue Fürtherhütte. Nog een flinke afdaling. Alles wat we deze dag geklommen hadden gaan we ook weer naar beneden. Deze hut lag nl. op nagenoeg dezelfde hoogte: 2201 m. Vlak voor we bij de hut aankomen, komen we eerst nog langs een prachtig bergmeertje met een meanderend bergbeekje. Wat een schitterende natuur.
De volgende morgen mochten we ons weer opmaken voor de afdaling naar Hollersbach, door het Hollersbachtal. Heel creatief zijn ze hier niet met topografische namen trouwens. Maar goed, ook de afdaling begon met een redelijk steile helling en werd gevolgd door een lange geleidelijke daling over een redelijk brede bergweg door het uitgerekte dal.
Zo begon het in 2005, met onze eerste huttentocht. De afspraken voor een huttentocht werden gemaakt. Met z’n drieën gaan we op pad, Maarten, Franc en Ewout. Wat onwennig allemaal, die voorbereidingen. Wat neem je mee, wat past wel en wat past niet? Hoe weet je welke route je kunt lopen en of het niet te kort of te lang is?
Dus de plannen waren gemaakt, zo gingen we op pad. Met de auto ’s nachts door Duitsland naar Latschau in Vorarlberg. We kwamen lekker vroeg aan. De winkel moest nog opengaan, maar de zon scheen al heerlijk dus daar wilden we wel even op wachten. Dan de nodige voorraden inslaan voor onderweg, verse semmeln, fruit en natuurlijk kantwurst. Sjonge moet dat ook nog in de rugzak worden gepropt. Uiteindelijk toch gelukt.
Het voordeel als je zo’n dag achter de rug hebt is dat alles wat je te eten krijgt verrukkelijk smaakt. En na het eten op je horloge kijken of je al naar je bed zou mogen. Nou tot een uur of 8 hebben we het uitgehouden, toen zijn we onder de wol gegaan. Erg onwennig nog in ons lakenzakje onder de dekens op een ‘minder comfortabel’ matras om het zachtjes uit te drukken. Maar als je zo moe bent slaap je toch wel.
Inmiddels moesten we na de tweede pas afdalen naar de Lünersee door een groot sneeuwveld. Maar ondertussen was de bewolking aardig gezakt en liepen we in behoorlijk dichte mist. Oriënteren was een beetje lastig geworden. Dus het was goed dat het laatste stukje helling naar het stuwmeer grijs was, anders waren we zo het water in gemarcheerd. Na wat zoeken vonden we het pad rond het meer en linksom leek ons het kortst vanaf waar we waren. Na ongeveer een kwart van het meer rond gelopen te zijn was het pad min of meer weggeslagen en moesten we door een stuk gruis klauteren en daarna kwamen we bij een afzetting waarop stond dat de weg (waar we dus net gelopen hadden) was gesperrt. Gelukkig waren we er al voorbij, dus voor ons geen probleem meer. En al snel kwam de Douglashütte in zicht. Opvallend was wel dat het hier ineens een stuk drukker was met wandelaars. En bij de hut aangekomen bleek die al helemaal druk te zijn. Tot 5 uur toen was het ineens helemaal leeg, alleen wij en nog één andere gast bleven om te overnachten. Het bleek dat de hut pal aan het bergstation van een kabelbaan lag en dat de laatste talfahrt om 5 uur was. Ja, zo ontdek je nog eens wat. Maar nu het toch weer rustig was konden wij nog heerlijk eten en lekker wat drinken, voordat we onze slaapkamer opzochten en zelfs nog even een douche konden pakken. En alweer heerlijk slapen op minder heerlijke bedden.
De volgende morgen dus bijtijds aan het ontbijt en liefst vertrekken voor de kabelbaan-wandelaars er alweer in grote getale zouden zijn. We gingen het eerste stukje dezelfde weg terug. Dus langs de afzetting waarop stond dat de weg gesperrt was, wat voor verbaasde blikken zorgde bij de al aanwezige kabelbaan-wandelaars. Bij de kruising waar we een andere kant op moesten was het nog even spannend. Het was nog behoorlijk mistig en in de sneeuw was het oriënteren nog steeds een probleem. Gelukkig trok de mist daarna redelijk snel wat weg, zodat we in ieder geval konden zien welke kant we op moesten. En zo klommen we de helling op tot de grens met Zwitserland. Vandaag gingen we precies aan de andere kant van de grens terug ten opzichte van de dag ervoor. Het was een mooie route, met af en toe een wat eng stukje waar het pad iets was weggeslagen. Maar aan deze kant was wel minder sneeuw en het werd nog heel aardig weer ook.