Huttentocht 2013 – Tannheimer tal – Oostenrijk

In 2013 kiezen we ervoor om al vroeg in het seizoen te gaan. Juni lijkt ons wel een mooie maand. Dan komt de natuur net mooi op gang en bovendien is het nog niet erg druk. In de agenda komen we wat vroeg uit in de maand en dan blijkt de keuze voor hutten die open zijn niet al te groot. We komen uiteindelijk uit in Oostenrijk, net over de grens. Daar is een hut open in een mooi gebied en er is ook nog een klettersteig recht tegenover die we eventueel zouden kunnen uitproberen

Hier kan de auto wel een paar dagen staan.

Zo gaan we dinsdagavond 4 juni 2013 onderweg richting Oostenrijk. We komen mooi op tijd aan in het dorpje, we moeten even wachten tot de winkel open gaat. We bereiden ons vast een beetje voor. Zonnebrand op, ontbijtdrankje uitproberen en genieten van de zon en de prachtige omgeving. En dan gaat de winkel open. Snel de nodige boodschappen opzoeken en inpakken. En dan gaan we naar het volgende dorpje, want daar start ons avontuur. We vinden een goede plek om de auto een paar dagen te laten staan. Oeps waar halen we hier eigenlijk water vandaan voor onderweg. Misschien hebben ze ergens een kraan. Maar helaas, dan maar in het winkeltje vragen. Daar kunnen we wel water krijgen, moeten we het wel kopen, grrr. Nou ja,een paar flessen kopen dan maar, het mag de pret niet drukken.

Al keuvelend naar boven

Hoogste tijd om te vertrekken. We lopen het dorp uit en dan gelijk een bospad op. Een bruggetje over boven een woeste beek en dan komen we op een grindpad terecht die we een heel eind volgen de hoogte in. Het loopt prima zo, alle tijd om over van alles en nog wat te praten. Straks wordt het pad smaller, dan lukt dat praten niet meer zo. Maar dat duurt nog even, want de weg loopt een flink eind door.

De weg bedekt met sneeuw

Als we wat hoger komen zien we duidelijk hoeveel sneeuw er nog ligt. We kunnen ons voorbereiden op flinke stukken door de sneeuw lopen. Het is te hopen dat de doorgang veilig te passeren is. Volgens de informatie die we ingewonnen hebben, moet het prima kunnen, maar je weet maar nooit wat je tegenkomt. Op een gegeven moment is het grootste deel van de weg bedekt met sneeuw en is er een klein pad nog zichtbaar, daar is de sneeuw al weggesmolten. En niet veel later is de weg helemaal onder de sneeuw. Bovendien gaat de weg hier ergens ook over in een pad. Tenminste volgens de kaart, want zo onder de sneeuw hebben we dat zelf niet zo in de gaten.

Waar moeten we heen?

Wat we wel merken is dat we veel steilere stukken tegenkomen nu. Stevige klimmetjes en grotendeels bedekt met een dikke sneeuwlaag. We zien verderop een stel wandelaars ons tegemoetkomen. Dat geeft ons in ieder geval het idee dat we de juiste richting ingaan. Even later zien we dat de man die ons tegemoet komt tot ongeveer zijn heup in de sneeuw is gezakt op. We lopen naar ze toe om een handje te helpen met weer uit de sneeuw te komen. Maarten is er het eerste bij, maar het is ze inmiddels zelf gelukt om weer los te komen en verder te kunnen. Als ze buiten gehoorafstand zijn maken we de onvermijdelijke grap dat het geen wonder is dat je met zo’n gewicht zo diep de sneeuw inzakt. We verbazen ons erover dat hij met dat gewicht überhaupt helemaal naar boven kon komen. Wat dat betreft: petje af. Maar goed wij gaan zelf inmiddels ook weer onverschrokken verder. We komen nog langs een stuk waar overduidelijk de sneeuw aan het rollen is geweest. We moeten over de overblijfselen van een mini-lawine. Toch even spannend of de sneeuw niet opnieuw aan het rollen gaat als we eroverheen lopen. Maar gelukkig, dat valt alles mee. Uiteindelijk zijn we bijna op de kam. Met een kleine omweg kunnen we nog een topje meenemen. Dat besluiten we maar te doen. Hoewel we weer wat hoger zijn is het hier veel groener dan net op de helling. Waarschijnlijk heeft de zon hier zijn werk gedaan en is de meeste sneeuw hier al weggesmolten.

Zicht op de hut vanaf het topje

Op de top genieten we van het uitzicht. Op de hut beneden ons. En ook over de Vilsalpsee die we hier vandaan ook gedeeltelijk kunnen zien liggen. En van heel wat rijen bergtoppen die we verder nog zien. Na een korte rustpauze vervolgen we onze weg. We hebben nog een behoorlijke afdaling te gaan van hier naar de hut. Niet super steil, maar toch lastig genoeg door de sneeuw die ook hier in ruime mate ligt, maar net niet dik genoeg is om er onbekommerd door naar beneden te rennen. Zo bereiken we ergens halverwege de middag de hut.

Vertrek vanuit de hut

Na een prima nachtrust en behoorlijk ontbijt gaan we weer op weg voor een rondje over de bergtop vlak voor de hut. We lopen eerst weer in de richting waar we de vorige dag vandaan zijn gekomen en gaan dan al gauw wat meer naar rechts. Zo komen we aan de achterkant van de berg uit en kunnen we vandaar omhoog naar de top. Er liep ook een klettersteig bijna recht omhoog naar de top, maar gezien de vele sneeuw leek het ons verstandiger toch maar de normaal-route te nemen. Deze was uitdagend genoeg bleek al snel.We moeten recht tegen een behoorlijk steile sneeuwhelling op. Met onze schoenen schoppen we een soort treden in de sneeuw en zo hebben we voldoende grip om de helling als een soort trap te beklimmen.

Recht tegen de sneeuwhelling op

Zo bereiken we na een paar uurtjes de top en genieten we weer volop van het uitzicht. We kijken recht op de hut en kunnen vanaf hier 3 meertjes achter elkaar zien liggen. Ze liggen op heel verschillende hoogtes, maar vanaf hier valt dat niet zo op. Het blijkt alleen wel duidelijk aan het ijs op het eerste meertje en niet op de andere 2. 

De drie meren

De afdaling vanaf de top de andere kant langs weer terug naar de hut, begint met een lastig stukje. Het is steil en het pad is moeilijk te vinden zo moeten we verschillende gladde sneeuwvelden over, maar ook een paar bijna net zo gladde groen stukken. Peter glijdt een paar keer enkele meters door op zijn gat. Gelukkig komen we niet veel later op een duidelijker en breder pad die goed begaanbaar is. Dat is maar goed ook, want Peter heeft flink de bibbers in de benen. We komen nu bij een kam aan de rand van de kom waaraan de hut ligt. Deze helling ligt weer helemaal vol met een dikke laag sneeuw. Maar hier weten we wel raad mee. Hier kun je prima in volle vaart naar beneden stormen. We maken voor de zekerheid wel een zigzag beweging, zodat we niet helemaal als een dolle doorschieten, want er loopt ook nog een beek in het laagste deel van de kom. Daar willen we toch liever niet inzakken. Zo zijn we in no-time weer terug bij de hut. Tijd voor een soepje en dan nog een hele middag over.

In volle vaart naar beneden

We hebben nog ruim voldoende tijd om toch even een stukje klettersteig te gaan uitproberen. We gaan met z’n drieën. Peter houd ons vanaf het terras goed in de gaten. Onderaan de klettersteig is er ook een heel kort proefstukje. We leven ons even uit op verschillende moeilijke stukjes. Maarten pakt het lastigste stuk. Een meter of 4 recht omhoog met de voetzolen plat tegen de rots en verder vooral aan de kabel achterover leunen voor meer grip. Hebben we tenminste ons setje niet voor niets meegenomen. Als we uitgespeeld zijn lopen we weer door de sneeuw terug naar de hut om het gezelschap van Peter weer op te zoeken.

Even oefenen

Na weer een goede nacht en idem ontbijtje is het alweer tijd om vandaag het dal terug in te gaan. We hebben nog genoeg tijd, dus voordat we naar beneden gaan willen we ook nog even een andere top beklimmen. We doen dat weer met z’n drieën. Nog best een flinke klim, maar we doen het toch heel snel. En dan terug naar de hut gaat helemaal op topsnelheid. Opnieuw in volle vaart van de sneeuwhelling naar beneden. Het gaat nog sneller dan gisteren. We krijgen echt de smaak te pakken.

Op de top van de Rote Spitze

Bij de hut pikken we Peter weer op en gaan we echt aan de afdaling naar het dal beginnen. Het eerste stuk is lastig en steil. Met behulp van wat kettingen die aangebracht zijn lukt het zonder kleerscheuren. En hierna gaat het een stuk makkelijker. We komen eerst langs de Traualpsee en een tijd later bij de Vilsalpsee. Hier is heel goed te zien dat het echt lente is. De weiden aan het meer zijn helemaal geel van de bloemen. We komen op ongeveer een kwart van het meer uit. Maar omdat het pad door lawines verspert is moeten we 3 kwart van het meer rondlopen in plaats van 1 kwart. Maar het is prachtig en vlak, dus het is geen straf. We komen dan bij een restaurant uit aan de oever van het meer. We nemen hier een verrukkelijke lunch met vers brood – in tegenstelling tot in de hut – en heerlijke gebakken eieren. 

De Vilsalpsee met gele weiden

Bij het restaurant vandaan loopt een weg, hier rijd een soort treintje naar het dorp. Helaas hebben we niet goed op de dienstregeling gekeken en als wij verder willen duurt het nog een uur voordat het volgende treintje gaat. We gaan toch maar gewoon lopen in dit geval. En zo komen we na toch weer bijna 2 uur lopen aan in het dorp. We zoeken hier een hotel voor de laatste overnachting. En dan natuurlijk het leukste deel van de tocht. Nog even ruim 5 kilometer lopen om de auto weer op te halen in het dorp verderop. Franc en ik zijn weer de pineut. Maar geen probleem, als je wilt wandelen dan zul je wandelen.

Huttentocht 2012 – Lechtaler alpen

Dit jaar gaan we op weg naar de Lechtaler alpen. We hebben gekozen voor de westkant van Oostenrijk om minder ver te hoeven rijden. We zitten dit jaar met een lichtelijk tekort aan vrije dagen dus rijden we deze keer toch weer ’s nachts. Peter is niet mee dit jaar en ook Maarten heeft moeten afhaken. Uiteindelijk zijn we met z’n drieën op pad. Met de auto van Arnoud, een mooie zwarte Touran: ruimte zat!

We zijn vroeg in de buurt van ons startpunt, we hebben dus nog een goed uurtje om even te dutten. Dan kunnen we nog even wat inkopen doen voor de tocht en dan naar het startpunt rijden, het plaatsje Boden middenin de Lechtaler Alpen. Het weer ziet er fantastisch uit en vol goede moed gaan we op pad.

En daar gaan we…

Het eerste stuk geeft ons de kans om lekker in te lopen. Een brede grindweg die niet al te steil omhoog gaat. We zijn als eerste op weg naar de Hannauer hütte als tussenstop om daarna door te lopen naar de Steinseehütte. Het tweede stuk naar de Hannauer hütte is een stuk pittiger. Het pad wordt smaller en behoorlijk steil ineens. Stevig hijgend en zwetend komen we langzaam maar zeker dichterbij. En net na 10:00 uur zijn we bij de hut. Mooie tijd om een flink glas cola achterover te slaan. Dan hebben we weer wat nieuwe energie voor de rest van de tocht. Want we hebben nog een flink eind voor de boeg.

De Hannauer hütte, bovenaan een steile helling.

Na de Hannauer hütte lopen we voornamelijk boven de boomgrens. Afwisselend groene alpenweiden en grijze gruishellingen. We nemen nog even een rustpauze en een mooi moment voor de welbekende groepsfoto. En deze keer voor het eerst: de petit jolie badeend. Overal waar die komt moet die op de foto. 

Even poseren voor de groepsfoto

Hierna wordt het echt even afzien. We gaan een lang stuk over een gruishelling steil omhoog. De zon staat vol op ons hoofd en de temperatuur loopt aardig op. Zo op zo’n eerste dag kost dat echt wel wat inspanning. Maar de inspanningen worden beloond. We komen uit op de Östliche Dremelscharte en kijken uit op de Steinsee. 

Steile klim naar de Östliche Dremelscharte

Vervolgens moeten we aan deze kant weer net zo steil naar beneden. Mijn benen willen niet meer helemaal wat ik wil. Bij elke stap heb ik het gevoel dat de kramp er zo in kan schieten. Dat loopt niet heel fijn naar beneden als het zo steil is en ook nog eens een lastige ondergrond: een klein laagje grind op een harde ondergrond. Dus af en toe ga ik een stukje op mijn kont naar beneden. Maar na een minuut of 10 loopt het weer een stuk beter. Iets minder steil en meer grip op het pad. En zo bereiken we de Steinseehütte halverwege de middag. Tijd om te genieten op het terras van een welverdiende Weizenbier! 

Uitzicht op de Steinsee

En zoals alle keren dat we een eind gelopen hebben na een nacht rijden, smullen we van een goede bergsteigersmaaltijd en zijn we blij dat we om 8 uur naar bed mogen. Flink afgepeigerd vallen we al snel in slaap

De volgende morgen doen we het vrij rustig aan. Het ontbijt nemen we niet al te vroeg. We willen een klettersteig doen hier in de buurt en denken daar niet al te lang voor nodig te hebben. We komen dan weer terug in dezelfde hut. Lekker weinig bepakking mee en toch een mooie dag, wat wil je nog meer.

Op weg naar de klettersteig

Ook vandaag genieten we weer volop van de zon en de strakblauwe lucht. De temperatuur is nog niet zo hoog deze ochtend, heerlijk weer om te lopen. We lopen eerst over een gewoon pad naar achter in de kom. Daar is de instap van de klettersteig. Het lijkt niet zo’n eind, maar uiteindelijk blijkt het toch een hele klim. We zijn niet de enige die deze kant opgaan. We zien een man met ontbloot bovenlijf gewapend met een grote bos touw en een vrouw stevig doorstappen. De man is zeker 75 en de vrouw zal niet veel jonger zijn. Maar we kunnen ze met geen mogelijkheid bijhouden.

Mooie klettersteig

Aan het begin van de klettersteig heeft Franc last van bibberbenen. Dus eerst maar eens even zitten en een gelletje nemen voor wat extra energie. Na een kwartiertje gaat het beter en besluiten we de beklimming via de klettersteig toch te wagen. En daar hebben we zeker geen spijt van. Het is een prachtige klettersteig met fantastische uitzichten. En dat onder een nagenoeg wolkenloze hemel, beter kun je het niet krijgen. Zo bereiken we de top en zijn we helemaal euforisch. ‘Wat een God hebben wij!’ Op de top verderop op nagenoeg dezelfde hoogte zien we inmiddels opa en oma zitten. Wat wij met ons klettersteigsetje gedaan hebben hebben zij voor elkaar gekregen met eigen touw en hun handen en voeten. Oef, klein deukje in ons ego. We filosoferen over hoeveel tijd het zou kosten om bij ons vandaan naar beneden te gaan en dan die top nog te beklimmen. Zeker 2 uur. 

Op de top

Als we aan de achterkant van de top naar beneden gaan zijn we vrij snel op een gruishelling. En na een klein kwartiertje lopen komen we ineens oma tegen die met gezwinde spoed naar beneden stapt. Heel ontspannen, maar een stuk sneller dan wij. We moeten even verder nog een steile schacht door en kunnen daarna zonder veel problemen weer terug naar de hut wandelen. Het blijft genieten zo’n klettersteig tochtje.

Steinseehütte

Zo zijn we weer lekker op tijd terug in de hut. We genieten de rest van de middag van het terras, de zon het bier en van de andere gasten die langskomen bij de hut. Zo verschijnt er een jager met een metgezel. Ze hebben een flinke gems geschoten. Die is waarschijnlijk wat te zwaar om naar beneden te sjouwen, daarom leggen ze de hele boel maar op de bagagelift: gems, geweer en rugzak. En ze laten de hele boel zo naar beneden transporteren. Vanavond dus geen gemsenboutje voor ons, maar weer gewoon een lekkere wiener schnitzel.

Uitzicht uit het raam

Maandagochtend staan we wat vroeger op. De wandeling vandaag is wat langer. We gaan om een aantal bergen heen terug naar de Hannauer Hütte. In afstand een stuk langer dan de heenweg naar de Steinseehütte. In hoogtemeters zal het niet veel uitmaken. Dus na een wat vroeger ontbijt stappen we volledig bepakt weer op. Het is iets bewolkter geworden, maar nog steeds prima weer om te wandelen.

Een van de kammetjes

Het wordt een afwisselende tocht waarbij we verschillende kammetjes passeren en zo steeds verschillende uitzichten hebben. Het is ook een dag met veel verschillende dieren. We zien: gemsen, steenbokken, marmotten, salamanders. Gaaf is dat om die hier zo tegen te komen. Het is duidelijk dat dit deel minder wandelaars trekt dan de andere routes in de buurt. Aan rust en ruimte geen gebrek.

We passeren nog een waterval en een meertje. En na het beklimmen van het laatste kammetje van de dag zien we de Hannauer Hütte liggen onder ons. Nog een leuk stukje afdalen en we beginnen onze benen inmiddels wel te voelen. Toch zijn we nog redelijk op tijd, een uurtje of half drie. Er is slecht weer voorspelt voor later vandaag. We besluiten om een soepje te eten en door te lopen naar het dorp beneden. Dan zijn we hopelijk droog over en kunnen we morgen op tijd vertrekken voor de reis naar huis.

Lekker soepje

Na de soep zijn we weer mans genoeg voor het laatste stuk. Eerst weer het steile gedeelte en daarna nog een flink stuk grindweg. Niet het meest inspirerende deel van de wandeling, maar toch genoeg om net nog even extra af te zien. In het dorp vinden we nog een oud pensionnetje. Niet overdreven romantisch en gezellig, maar je kunt er prima slapen en eten. En we zijn precies op tijd. Als we nog even lekker op het balkon zitten, breekt de onweersbui los. Een paar flinke knallen en een behoorlijke plensbui. Ook indrukwekkend, maar we zijn blij dat we het van onder het afdak kunnen bewonderen en niet al wandelend er middenin.

Zo eindigt alweer een heerlijke wandeltocht. Ook hier kijken we met goede herinneringen op terug. Een kleiner clubje. Maar het was zeker de moeite waard. Tot volgend jaar…

Huttentocht 2011 – Dachstein Gruppe – Oostenrijk

Het is voorjaar 2011. We zijn plannen aan het maken voor de komende tocht. Onze keuze valt weer op september als maand waarin het moet gebeuren. Deze periode bevalt ons tot nu toe heel goed. Voor de tocht zelf zijn we op zoek naar mooie klettersteigen met een beetje extra uitdaging. We komen al gauw uit bij het gebied rond de Dachstein in Oostenrijk. Dit is echt een walhalla voor de klettersteig-liefhebbers. Ze zijn hier in vele lengtes en moeilijkheidsgradaties. Keuze genoeg. Bovendien is er een grote gletsjer die goed over te steken is zonder gids. In het wandelseizoen is het begaanbare pad altijd goed uitgezet. Zo stippelen we een route uit met vrij veel klettersteig meters waarbij we in het Guttenberghaus en de Seethalerhütte willen overnachten. Voor de Seethalerhütte moeten we een aardig stuk over de gletsjer lopen. Het ziet er spectaculair en uitdagend uit, we hebben er zin in!

Op donderdagochtend 15 september stappen we in de auto. We zijn met z’n vieren deze keer. Peter is er weer bij, maar Arnoud heeft deze keer moeten passen. We hebben de beschikking over een gloednieuwe Skoda Octavia, voor 4 personen ruim genoeg. En de bagage past makkelijk achterin.

Met een gloednieuwe Skoda Octavia

We rijden, net als vorig jaar, overdag dan hebben we eerst een overnachting in het dal en kunnen we daarna uitgerust van start gaan. We komen aan het eind van de middag bij ons pension. Het is een pension met ontbijt, voor het avondeten moeten we nog naar het dorp. We drinken eerst een bakje koffie en brengen onze spullen naar de kamers. Daarna naar de pizzeria in het dorp voor een lekkere maaltijd en goed drinken. De stemming zit er alvast in!

Eten bij de pizzeria in het dorp

We genieten van een heerlijke nachtrust op prima bedden en een prima ontbijt, met heerlijke verse semmeln. Het heeft toch zo zijn voordelen zo’n overnachting in het dal. Vervolgens maken we ons klaar voor de tocht. We stappen nog even in de auto. We gaan nog even wat inkopen doen in de Bila, daarna naar de sportwinkel om stijgijzers te huren – de gletsjer oversteken lijkt ons een stuk veiliger met stijgijzers – en uiteindelijk naar de parkeerplaats waar de wandeling start.

Start vanaf de parkeerplaats

En daar gaan we dan. De bewolking hangt behoorlijk laag, dus heel veel van de bergen om ons heen zien we niet. Het is afwachten wat het wordt vandaag. We lopen eerst over een behoorlijk brede bosweg. Later wordt het iets smaller maar nog steeds ruimte zat en prima begaanbaar. Op sommige stukken stijgen we stevig, dus het zweet komt snel tevoorschijn. We komen steeds dichter bij de mist en op een gegeven moment lopen we er zo in. Maar niet veel later wordt het dunner. En snel daarna komen we er helemaal bovenuit.

Boven de mist

Het is gelijk een hele andere wereld.De zon schijnt hier heerlijk. Je ziet de bergen om je heen. Een mooie strakblauwe lucht. En een prachtig uitzicht. Heerlijk is het ineens. En hoe hoger we komen hoe mooier het wordt. We kijken nu bovenop een dikke wolkendeken die het hele dal afdekt. Wat een bijzonder gezicht. We komen zo langzamerhand ook boven de boomgrens uit. En al snel zien we de hut liggen. Ieder loopt in zijn eigen tempo verder naar de hut. En redelijk bezweet maar mooi op tijd zijn we er allemaal. 

De hut ligt er mooi bij, lekker in de zon

Tijd voor een lekkere berglunch, even uitblazen, genieten van het uitzicht. Wat is het leven toch mooi in de bergen! We brengen onze spullen naar de kamer en besluiten om deze middag alvast een klettersteig te nemen om vast in te komen. Er is hier een mooie redelijk nieuwe klettersteig in de buurt: de Jubiläums-Klettersteig naar de Eselstein. Moeilijkheidsgraad C/D en een stukje D. Kunnen we gelijk even kijken welk niveau we aankunnen. Met onze uitrusting aan en zonder rugzak gaan we op pad. Loopt wel lekker licht zo zonder bepakking.

Instap van de klettersteig

Op een klein half uur van de hut vinden we de instap van de klettersteig. Het begint met een wat losse rotsige helling en daarna gaat het gelijk al vrij steil omhoog. Een stukje verder komen we op een smalle graad waar even geen zekering is. Best even uitkijken hier. Maar we zijn er nog niet. Er volgt een wat makkelijker stukje, maar daarna moeten we een vlakke steile rotsplaat schuin oversteken. Franc begint als eerste, maar er is weinig steun voor de voeten. Zijn voeten glijden weg en zo schuift hij aan zijn handen langs de kabel een stuk terug. Niet erg lekker voor zijn handen, die liggen even aardig open. Maar goed we moeten er toch over dus na een beetje kijken en uitproberen hebben we een techniek bedacht die zou moeten werken. Met je voetzolen plat tegen de rots en met gestrekte armen aan de kabel achterover leunen. En zo stapje voor stapje je voeten opzij schuifelen. En ja zo lukt het ons allemaal om over te steken. 

Steile stukken van de klettersteig

Een stukje verderop horen we ineens Peter achter ons: “Jongens, jongens, help eens even ik houdt het niet”. Hij is bij een steil stuk waar je behoorlijk je armen moet gebruiken om je een stuk omhoog te trekken. De stappen waar je je voeten neer kunt zetten liggen behoorlijk ver uit elkaar. Dus zeker met wat kortere benen is dit een lastig stuk. Maar goed Peter houdt het niet en moet zich laten zakken. Zo treffen we hem aan bungelend aan zijn klettersteigset. Hebben we die toch niet voor niets meegenomen in ieder geval. Maarten haalt bij Franc verderop zijn klettersteigsetje en zo weten we met vereende kracht Peter over de rots te sjorren. En uiteindelijk komen we samen, met nog een beetje trillende benen, op de top aan. We genieten hier wel van een fantastisch uitzicht en gaan wel vrij snel weer door, want al met al heeft het ons wel wat meer tijd gekost dan gepland.

… een adembenemend uitzicht.

We lopen achterlangs hoofdzakelijk over een grote gruishelling weer terug naar de hut. Deze ligt er prachtig bij zo in de avondzon. We zijn nog mooi op tijd voor het avondeten, dus we kunnen gelijk aanschuiven. Het was genieten vandaag en we hebben weer wat nieuws geleerd: “Moeilijkheidsgraad D is misschien net wat te hoog gegrepen voor ons.”

Het Guttenberghaus in de avondzon

De volgende morgen besluiten we tijdens het ontbijt om vandaag toch maar niet via de Ramsauer-Klettersteig naar de volgende hut te gaan. Peter heeft de schrik nog in zijn benen dus ziet het niet zo zitten. En ook Franc lijkt het niet zo’n fijn vooruitzicht om de hele dag met zijn kapotte handen de kabel te moeten vasthouden. Dus we kiezen voor de route langs de andere kant, dat is een wandelpad die volgens de kaart vrij vlak loopt. Volgens de waard moeten we alleen uitkijken als het mistig is dan is het moeilijk oriënteren in het landschap.

Surrealistisch maanlandschap.

Zo laden we de spullen op ons rug en gaan we vol goede moed op pad. Het is een bijzonder landschap waar we door lopen. En het blijkt toch iets minder vlak dan de kaart deed vermoeden. Het gaat de hele tijd omhoog en weer omlaag. Zo zijn we toch nog nest lang onderweg voordat we in de buurt van de gletsjer komen. Maar uiteindelijk komt hij dan toch in zicht. We zijn inmiddels onderweg gebeld door de hut waar we naar op weg zijn. Er wordt komende dagen slecht weer verwacht met veel sneeuw, daarom gaat de hut al sluiten en kunnen we vandaag niet meer terecht. Zo moeten we onze plannen omgooien en besluiten we vandaag vast met de lift naar beneden te gaan en vanaf het dalstation naar de Austriahütte te lopen, die ligt op 1634 meter.

… richting de gletscher

We bereiken de gletsjer en gaan nog via een klein stukje klettersteig rechts naast de gletsjer omhoog. Als we boven zijn doen we onze stijgijzers onder om de gletsjer over te steken. Het is niet echt nodig want er is een heel breed pad aangelegd op de gletsjer dat voldoende grip geeft zonder stijgijzers. Maar nu we toch stijgijzers bij ons hebben willen we ze ook even uitproberen. Toch weer een nieuwe ervaring. En over een gletsjer lopen is inderdaad best een leuke belevenis. Alles is netjes uitgezet, de echte gletsjerspleten zijn duidelijk aangegeven.

Met stijgijzers de gletsjer over

We lopen er nog een half uurtje rond. Dan gaan we naar het bergstation. Het is net alsof je op het vliegveld aankomt. Je kunt over de rolband naar boven, scheelt toch weer lopen hè. Er blijkt ook een “sky-walk” te zijn. Een soort balkon met glazen vloer boven een enorm steile en diepe afgrond. Op een gegeven moment loopt er verderop iemand naar de reling en stapt er zo overeen. Een vrouw die het ziet schrikt zich wild en roept bijna in paniek: “Nein!!”. Blijkt daar precies een klettersteig naar boven te komen, waar deze man over naar beneden wilde. Zo zie je, niet alles is wat het lijkt.

Met de kabelbaan naar beneden

Zo met de kabelbaan naar beneden scheelt toch weer heel wat meters afdalen. Na een lange dag als vandaag is dat helemaal geen straf. Vanaf het dalstation lopen we nog een klein half uurtje en zijn we bij de Austriahütte. Best een heel gezellige hut. Het is er absoluut niet druk. We hebben nog tijd om even een douche te pakken voor het eten. In eerste instantie lijkt het wat te betrekken, maar later schijnt de zon toch weer heerlijk op het terras. Het is warm genoeg om buiten te eten, dus daar genieten we lekker van. Deze keer eten we weer käsespätzle uit een pan. Wel krijgen we ieder een eigen pan, dus hoeven we niet met 2 uit 1 pan te eten. Ja als je wat lager bent, wordt alles wat luxer natuurlijk.

Eten uit de pan

Op de laatste dag hebben we een relatief korte afdaling naar het dal. Nog wel een paar uur lopen, vooral door het bos. Daar zien we nog een prachtige bonte specht die onverstoorbaar blijft kloppen op een boom als we staan te kijken. Verderop lopen we nog een stuk langs de bosrand over een pad door de wei. En hier en daar net een stukje tussen de bebouwing door. Zo bereiken we de parkeerplaats en maken we ons klaar voor de terugreis naar huis. We zitten precies op tijd in de auto, de bui barst net los nadat we de deur dichttrekken. We rijden nog langs de sportwinkel om de stijgijzers weer in te leveren. Nog even chocolade inkopen en dan hup… op huis aan. Tot voorbij München is het een grote plensbui. Wat zijn wij blij dat we bijtijds zijn gaan lopen vanochtend, met dit weer wil je toch liever niet wandelen. En zo komt ook deze enerverende tocht weer tot een einde. 

Huttentocht 2010 – Lienzer hütte, Oostenrijk

Voor 2010 maken we nieuwe plannen. De klettersteig in Italië smaakte naar meer. Dat willen we wel vaker. Dus koop ik een boek met alle mooie klettersteigen van Oostenrijk. Genoeg om uit te kiezen in ieder geval. Laten we maar bij een makkelijke beginnen dan kijken we hoe dat bevalt. Iedereen moet nu natuurlijk wel een klettersteigsetje aanschaffen en een helm, dat hoort er helemaal bij. Na wat wikken en wegen, zoeken en graven besluiten we om een klettersteig op te nemen in de planning naar de Glödis. Of liever we plannen een tocht rond deze klettersteig. Het zou redelijk makkelijk moeten zijn, en goed te bereiken vanaf de Lienzer hütte. De hut zelf is met een uur lopen te bereiken vanaf een parkeerplaats. Ja, want er was nog iets, dat rijden ’s nachts dat breekt toch altijd wel op. Vooral Peter houd daar niet zo van. Dus laten we overdag rijden en dan, met nog een klein stukje wandelen, gelijk overnachten in een hut.

Zo gezegd, zo gedaan. Op dinsdagochtend 7 september 2010 stappen we in de auto. Met z’n vieren deze keer, Peter moest helaas afhaken. Na een tochtje van ongeveer 1000 km zijn we in Lienz rond een uur of 6. Mooi op tijd om nog een laatste hap te pakken in de lokale Mc Donalds. En dan het laatste stukje naar de parkeerplaats redelijk dicht bij de hut. Op de kaart is het maar een klein stukje, maar toch kost het ons nog wel even. Diep het Debanttal in over een onverharde weg vol kuilen en stenen, het gaat nog niet zo snel. Maar ruim voor het donker komen we aan op de parkeerplaats. Dus tijd om ons klaar te maken voor de wandeling. Het is bewolkt, maar en het miezert iets. De helft van ons trekt de regenkleding vast aan, de ander helft gokt het erop. En zo gaan we op pad. Vol goede moed en met de rugtassen nog net iets voller dan vorige keer.

Bijna bij de hut

Het begint al te schemeren en het gaat nog harder regenen bovendien. De rest toch ook maar de regenkleren aan, en weer door. En ja hoor daar zien we de Lienzer hütte al liggen. Het ziet er gezellig uit. En dat blijkt, als we aankomen is het behoorlijk druk in de hut. En het heeft al eerder geregend vandaag blijkbaar want er is geen plekje meer te vinden om de natte jassen te drogen te hangen. Overal hangt het vol met natte jassen, schoenen sokken en nog veel meer. Gelukkig zijn we wel op tijd om nog een lekker glas bier te nemen voordat we naar bed gaan.

De volgende ochtend zijn we niet als eerste op, dat scheelt er zijn al vrij veel mensen vertrokken. We nemen een lekker ontbijtje en gaan weer fris en fruitig op pad. Het weer ziet er iets vriendelijker uit dan gisteren, maar toch hangt de bewolking nog behoorlijk laag. We zien wel wat het wordt. We hebben een aardig hoogte verschil te overbruggen, van net onder de 2000 meter naar net boven de 3200 meter. Pittig! Eerst loopt het nog redelijk geleidelijk omhoog. Afwisselend almweitjes met wat meer struikgewas her en der. Langzaam wordt het wat rotsiger en wat steiler. Maar met dat we hoger komen zitten we ook heel regelmatig in de mist. Het uitzicht varieert van ongeveer 20 meter tot misschien maximaal een kilometer. Het maakt het landschap haast een beetje mysterieus. 

mysterieuze mist

Op een gegeven moment bereiken we de start van de klettersteig. We trekken onze uitrusting aan en zijn er helemaal klaar voor. Spannend deze eerste echte klettersteig. De moeilijkheidsgraad blijkt niet al te hoog inderdaad, heel goed te doen. En het gaat toch wel redelijk steil omhoog, dus een gewone wandeling kun je het zeker niet noemen. Zo klimmen we helemaal door naar de top. Toch een hele prestatie, al zeg ik het zelf. Jammer alleen van het uitzicht, of liever van het ontbreken van het uitzicht. Toch was het helemaal de moeite waard. Een beetje extra spektakel in onze tochten, dat heeft wel wat.

We blijven niet te lang op de top, we hoeven alleen onze namen nog maar in het boek te schrijven en we gaan weer terug. Helemaal dezelfde route naar de hut. Het gaat sneller dan heen gelukkig, anders waren we niet op tijd voor het eten. Zo belanden we terug in de hut voor een wel verdiende maaltijd. Het is een stuk rustiger dan gisteren. Lekker! 

Na een verkwikkende nachtrust zijn we ’s morgens klaar voor de oversteek naar de volgende hut. Het gaat vandaag naar de Adolf Nossbergerhütte, over de Niedere Gradenscharte. Ook vandaag hangt de bewolking weer laag en het is de vraag of we het draag gaan houden. Maar we zijn optimistisch dus we vertrekken vrij licht gekleed, je hebt het toch zo weer warm als je aan het lopen bent. En beneden schijnt zelfs even een heel waterig zonnetje door de bewolking heen. De klim blijkt gelijk al behoorlijk steil te zijn. Stevig aanpoten dus. En ook nu weer: hoe hoger we komen hoe mistiger het wordt. Voordat we helemaal boven zijn op de scharte begint het te sneeuwen. Niet heel hard, maar toch wel zo dat je er nat van wordt en ook dat het een beetje blijft liggen. We komen boven bij een meertje en we kunnen de verleiding zonder moeite weerstaan om er een duik in te nemen. Aan de andere kant loopt het pad over een heel bijzonder gesteente. Gelukkig is het vrij stroeve rots, als het wat kouder was geweest en de nattigheid was aangevroren dan was het een grote glijbaan geweest en onmogelijk om te overbruggen. Maar nu ging het heel aardig. We dalen weer verder af en zien 2 meertjes liggen. Precies tussen die 2 meertjes ligt de Nossbergerhütte. Een bescheiden hut op een heel aardige plek. Nog een stevig stukje doorlopen en we bereiken de hut. Nog steeds sneeuwt het af en toe. Dus met druipende (regen)kleren komen we aan. Lekker op tijd, nog tijd genoeg om even te relaxen in de hangmat-stoel voor de houtkachel.

Hoewel een redelijk kleine hut, is het toch een hut met een verhaal. De huttenwaard blijkt een fanatiek bergbeklimmer te zijn. Eens in de zoveel tijd maakt hij een expeditie naar bijvoorbeeld Nepal. Hij heeft een oefenbord boven de deuropening gemaakt waar hij om de beurten aan 1 of 2 handen kan hangen. Met grepen voor zijn vingers van mini richeltjes tot redelijke randen. En ook het eten in de hut is een belevenis. Voor het avondeten worden 2 koekepannen vol met eierspätzle mit käse op tafel gezet. Vork en lepel erbij en ga je gang maar. Dus heerlijk met 2 tegelijk uit de pan zitten peuzelen. Als dat niet echt is?  

Heerlijk uit de pan eten

De volgende ochtend staan we klaar voor het laatste deel van de tocht. Vandaag over de Hohe Gradenscharte vlak langs de Wangenitzseehütte terug naar de parkeerplaats. Het weer lijkt iets beter dan gisteren, maar nog steeds hangt de bewolking laag. We gaan eerst over een gruishelling op zoek naar het pad naar de scharte. Volgens de waard is het laatste stukje gezekerd met een touw, maar moet goed te doen zijn. Door de koude blijkt er een laagje ijs op de grotere stenen te liggen. Oppassen geblazen dus. Door het fijnere gruis en door wat sneeuwveldje komen we in de buurt van de scharte. En dan het moeilijkste stuk, met behulp van het touw omhoog klimmen. Het blijkt het meest spectaculaire stukje van de tocht te zijn. Voor de zekerheid hebben we toch ook maar even onze klettersteiguitrusting aangetrokken. Maar het lukt. We komen allemaal veilig boven. En aan de andere kant weer aan een stuk touw naar beneden. Pfoe. En zowaar met dat we boven zijn breekt de zon door en wordt ook het uitzicht ineens heel behoorlijk. Wat een prachtige wereld ineens waar we in lopen. Door een soort kommetje lopen we naar een volgende scharte, de Kreuzseeschartl. Daarvandaan hebben we prachtig zicht op de Wangenitzsee en de naastliggende hut. 

Mooi uitzicht op het meertje

Het blijkt nog een hele afdaling naar het meer, we besluiten de hut daarom maar niet aan te doen en gaan wat naar rechts waar het pad loopt het dal in naar de parkeerplaats. En zoals vaker, het laatste stuk naar beneden voelt altijd als het zwaarst. Het doel van de tocht is al bereikt en op gegeven moment heb je het wel gehad. Pijn in je voeten, pijn in je benen, maar je moet tocht nog verder. En uiteindelijk ben je er dan toch. Moe maar voldaan. Even weer omkleden en dan gelijk in de auto voor de terugreis naar huis. We hebben heen dan wel overdag gereden, terug zullen we toch grotendeels ’s nachts moeten rijden. Veilig, maar op een wat ongepast tijdstip komen we zo weer thuis. Heerlijk was het toch weer. En dat klettersteigen, dat houden we er zeker in… 

Huttentocht 2009 – Sulden, Italië (Süd-tirol)

Voor 2009 hebben we Oostenrijk weer op het oog. Maar het zou wel mooi zijn om eens wat hogere bergen te beklimmen. Dus wij bestuderen een mooi boek met goed bereikbare 3-duizenders. En we vinden een paar mooie in Tirol, Dat lijkt ons wel wat. Oh, Süd-tirol… nou ook goed toch… ? Eh, ligt dat niet in Oostenrijk? Nee, Italië. Nou ja dan gaan we maar naar Italië.

En zo komt het dat we alweer met z’n vijven vertrekken naar Italië. Nog steeds in een ietwat krappe Seat Altea. We hebben bedacht dat we maar een beetje moeten vals spelen en het eerste stuk met de stoeltjeslift omhoog gaan. Dat scheelt alvast een heel stuk. En dan kunnen we dezelfde dag al wel een topje meepikken. Zo staan we al vrij vroeg hoog in de bergen met een prachtig uitzicht op de Ortler met een heerlijk blauwe lucht en een stralende zon.

 

De eerste etappe gaat van het bergstation van de stoeltjeslift naar de Düsseldorferhütte. Een heel aardig stukje, aan het begin nog vrij geleidelijk en later wat steiler omhoog. Zo zijn we precies op tijd voor de lunch bij de hut. Heerlijk op een zonovergoten terras. Jammer wel dat er veel meer mensen op het idee waren gekomen. Het zit er behoorlijk vol. Toch genieten we met volle teugen van de smakelijke kom soep. Zo kunnen we er weer even tegen voor de rest van de dag. Toch?

We vervolgen de tocht op weg naar de Tschenglser Hochwand. Het doel van deze dag. Aangezien we daarna weer terugkomen in deze hut om te overnachten kunnen we het overgrote deel van onze spullen gewoon in de hut achter laten. Dat scheelt enorm in het gewicht. En zo loopt het een stuk makkelijker. Achter de hut lopen we een soort keteldal in. We moeten bijna helemaal naar achteren lopen om het laatste stuk steil omhoog te gaan de Tschenglser Hochwand op. We lopen door enorme morenen velden. Nog een flink stukje tippelen. Peter heeft na de lange reis en de tocht tot nu toe al veel van z’n energie verbruikt en besluit niet verder mee omhoog te gaan vandaag maar alvast langzaam terug te lopen naar de hut. Hij spaart zijn energie voor de tocht van morgen. Dan staat er ook noch een hele beklimming op de rol. Met z’n vieren vervolgen we de tocht. En ja zowaar even verderop kunnen we onze nieuw aangeschafte klettersteigsetjes uit gaan proberen. Dat wil zeggen allemaal behalve Maarten, die heeft er geen. Bij de beschrijving van de tocht stond dat een klettersteigset aan te bevelen was, maar dat het ook zonder kon. We komen bij een mooi nieuw aangelegde klettersteig het ziet er veelbelovend en spectaculair uit. Iets te spectaculair. Met setje maar met 0 ervaring op klettersteig gebied lijkt het al niet echt haalbaar, maar zonder klettersteigset is het al helemaal onmogelijk. Er blijkt gelukkig ook een oude route te zijn die een stuk beter te behappen is. Op sommige stukken wel voorzien van stukken staaldraad, maar ook zonder setje is het hier prima te doen. Zo komen we na veel klauteren en klimmen op de prachtige top. Met een prachtig uitzicht over het Venostadal.  Er komt wat donkere bewolking opzetten en het is inmiddels al 4 uur geweest dus hoogste tijd om weer terug naar de hut te gaan. We nemen een iets andere route. Iets minder klauteren en iets meer gruis. Al met al nog wel een flinke kluif na zo’n lange dag en dan nog het hele stuk terug door het keteldal. Peter zit inmiddels al heerlijk uitgerust in de hut op ons te wachten. En wat smaakt het eten toch altijd heerlijk na zo’n vermoeiende dag. En natuurlijk de niet te missen weizener!

De volgende morgen staan we weer vroeg op. Vandaag willen we ons hoogterecord breken. Het doel is de top van de Hoher Angelus op 3521 meter. Een leuk stukje klimmen, dus bijtijds op pad. Als we vertrekken is het prachtig zonnig en blauw en nog behoorlijk fris. Overal nog rijp op het gras en ijs op de beekjes. Heerlijk.

Peter grijpt zijn kans en loopt een flink eind vooruit als de rest nog wat rustig aan het genieten is en nog wat foto’s aan het maken is. Het gaat over een terrein met veel gruis afgewisseld met morenevelden. Daarna komen we bij een indrukwekkende rotshelling waar we tegenop mogen zigzaggen. Van een afstand vraag je je af hoe dat moet gaan lukken. Maar gewoon het pad volgen en het blijkt toch mogelijk te zijn. Er zijn verschillende stukken gezekerd met staalkabel, maar heel moeilijk is het niet. Wel spectaculair en prachtig. Het weer, het gesteente en de omgeving allemaal even indrukwekkend. Als we op een soort kam komen nemen we even rust en kunnen we nog eens even de berg van gisteren bestuderen, want daar hebben we hiervandaan prima zicht op.

In het vervolg komen er nog wat flinke klauterstukjes waarbij je met handen en voeten over grote rotsblokken moet zien te komen. We gaan hier een stuk vlak langs een groot sneeuwveld. En zo bereiken we vroeg in de middag de top. Wauw, wat een belevenis weer. Genieten!

Op de terugweg snijden we een stuk af, door recht over het grote sneeuwveld te lopen. Het scheelt veel klauteren en loopt heerlijk. De helling is niet te stijl en is prima begaanbaar. En verderop nemen we dan weer dezelfde route als de heenweg. Zo komen we begin van de tweede helft van de middag weer bij de hut. Mooi op tijd om nog lekker van de zon te genieten op het terras met een kaas/vlees-plankje en een heerlijk glas bier.

Zo is het na weer een nacht in dezelfde hut weer tijd om huiswaarts te gaan. Vandaag alleen afdaling naar het dal op het programma. Omdat we er de hele dag de tijd voor hebben lopen we het hele stuk maar. En nemen we niet de kabelbaan zoals op de heenweg. Zo dalen we weer onder de boomgrens en genieten we nog wat van weer een andere kant van de bergwereld door het gras en door de bossen. En we zijn mooi op tijd weer bij de auto. We besluiten maar direct op huis aan te gaan. Dus allemaal weer in de auto en … hup op weg.

 

Huttentocht 2008 – Kiental, Zwitserland

Voor dit jaar staat een keer Zwitserland op het verlanglijstje. Ietsje dichterbij en prachtige hoge bergen. Dat lijkt ons een hele mooie combinatie. Zo komen we uit bij de bergen in de buurt van Kandersteg. Goed bereikbaar en bijzonder mooi. De plannen zijn gemaakt, klaar om te gaan. Weer met z’n vijven net als het vorige jaar.

’s Ochtends komen we aan in Kiental. Eerst Zwitserse franken tappen, nog een kopje koffie drinken en wat boodschappen doen en dan naar de start van onze tocht rijden. Dat is op de Griesalp, nog een stukje doorrijden over een hele steile weg (28%). Het is een heel klein bergdorpje  op ongeveer 1450 m. Hier zetten we de auto neer en kunnen we alvast genieten van een doorkijkje op de prachtige bergen.

Wandelkleren aan, tassen goed inpakken, waterzakken vullen en we zijn klaar voor vertrek. We lopen snel het bos in over een heel goed begaanbaar en makkelijk te vinden wandelpad. Het loopt heerlijk in de stralende ochtendzon. Het is nog niet al te warm, prima temperatuur om te lopen. Verderop komen we boven de boomgrens en lopen we door ruime alpenweiden. We komen nog langs een alm, hier lopen we een stukje over een bergweg en slaan even verder weer af een bergpad op. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen is heerlijk, de alpenweide is heerlijk, het weer is heerlijk. Volop genieten dus! En tijd om even wat te eten inmiddels.

Als we verder gaan merken we dat het snel steiler wordt. We vallen weer in onze bekende valkuil. We beginnen veel te snel op deze hellingen. Met als gevolg dat we na een goed half uur lopen te hijgen en te puffen en dat we om de haverklap stil staan om op adem te komen en de hartslag wat naar beneden te krijgen. Maar goed, we gaan toch maar verder en gelukkig wordt het daar al weer wat minder steil. We lopen inmiddels al volop in de sneeuw. En in combinatie met de blauwe lucht en stralende zon is het nog steeds geweldig. Wel flink zweten en afzien, maar zo de moeite waard.

We komen weer op een steil stuk. Ze hebben hier zelfs een trap aangelegd, omdat het anders geen doen is om het gruis op te komen dat hier ligt. Het kost alsnog best moeite om naar boven te komen, Arnoud heeft zelfs handen en voeten nodig. Het vervolg is ook nog best steil, met een zigzag pad gestut met houten balken. Nog een stukje voorzien van touw voor de noodzakelijke houvast. En dan zijn we toch echt bij de Hohtürli, de pas vlak bij de Blümlisalphütte. Je kunt hier aan de andere kant weer naar beneden naar de Oeschinensee. Dat doen we natuurlijk niet. We zijn blij dat we boven zijn. Als iedereen de pas bereikt heeft lopen we het laatste stukje over een eenvoudige kam naar de hut. We zitten hier bijna op 2900 meter, dus het is hier wel een stuk frisser.

De Blümlisalphütte is een mooie hut en hij ligt prachtig. Fantastisch uitzicht over enorm veel bergtoppen en bergruggen in de buurt. En zoals te verwachten is in deze tijd van het jaar is het heel rustig. Ook binnen is het aardig fris, als we een tijd zitten begint het echt koud te worden. Gelukkig hebben ze een gaskachel staan die ze wel even aan willen steken voor ons. Er zijn nog 4 andere gasten aangekomen. 2 dames uit Basel en wat later 2 mannen uit Berlijn. Voor het gemak maken we met z’n allen gebruik van 1 tafel. We krijgen een goed gevulde soep. Een grote pan op tafel waar we allemaal uit op kunnen scheppen. Een van de dames ontpopt zich als gastvrouw en schept graag voor iedereen op. Het is een gezellige boel. Net of je thuis bent, maar dan met wildvreemde mensen. Waar je dan wel weer de passie voor de bergen mee deelt. Na een gezellige avond gaan we toch maar vroeg naar bed. Bijna 1500 meter klimmen op een dag, na een nacht nagenoeg niet slapen blijft toch bijzonder vermoeiend.

De volgende morgen zitten we weer fris – en sommigen wat minder fris – aan het ontbijt. Niet iedereen heeft goed kunnen slapen. Waarschijnlijk een combinatie van de inspanningen van de vorige dag en de hoogte waarop we zitten. Gelukkig ziet de tocht voor vandaag er wat rustiger uit. We gaan eerst weer een stuk dezelfde weg terug en dan steken we het dal over. Dus na een prima ontbijt gaan we weer op pad. Goed inpakken, want zo in de vroege ochtend is het helemaal nogal koud. Onze 4 medegasten vertrekken net voor ons en gaan allemaal richting de Oeschinensee. Wij gaan naar rechts waar we vandaan kwamen bij de Hohtürli, de zigzag helling en de trap af. Als we weer in de buurt van de groene alpenweiden komen moeten we meer naar rechts, dieper het dal in richting de Gamchigletscher. Volgens de kaart moeten we de gletscher oversteken. Maar als we daar komen dan blijkt de gletscher zover teruggetrokken te zijn dat we gewoon over de rots kunnen. Wel zijn er bruggetjes neergelegd over de rotsspleten die onder de gletscher hebben gelegen. Een indrukwekkend landschap wel. Aan de andere kant gaan we een stukje de helling weer op en lopen we verder over een grote grijze gruishelling. Als we op een gegeven moment omkijken zien we tot onze verbazing dat deze gruishelling toch op een gletscher ligt. We zien onder het gruis een gat in het ijs zitten. Er ligt alleen zo’n laag gruis op de gletscher dat je helemaal niets van het ijs merkt als je erover loopt. Hiervandaan is het nog een paar honderd meter stijgen. We doen het rustig aan, want we hebben geen zin om weer zo afgepeigerd te zijn als gisteren. Zo zijn we toch mooi op tijd bij de Gspaltenhornhütte.

De Gspaltenhornhütte is een veel kleinere hut dan de Blümlisalphütte. Hij ligt tegen de rots aangebouwd. Ook de voorzieningen zijn wat minder luxueus. Het toilet en de was ruimte zijn buiten. Nou ja toilet, eigenlijk is het gewoon een plank met een gat erin boven de afgrond. Je kunt je boodschap gewoon laten vallen en het komt vanzelf tientallen meters beneden je op de rotsen terecht. Verder is het ook in deze hut knus. We zien nog een ander gast die hier in de buurt heeft geklommen. Hij blijft alleen niet overnachten. Zo blijven we met z’n vijven en de waard achter. We kregen prima eten en vermaken ons ook de avond nog prima.

De volgende morgen staat er alweer een lekker ontbijt voor ons klaar en wacht ons nog een andere verrassing. Het heeft vannacht een beetje gesneeuwd en de hele omgeving is nu wit geworden. Ook nu sneeuwt het nog een beetje. Als we vertrekken zijn we weer goed ingepakt, maar nu vooral in regenkleding. Vandaag besluiten we om op te splitsen. Peter en Maarten gaan via de kortste route het dal in naar de auto. De rest gaat nog een stukje omhoog en gaat 1 zijdalletje verder naar beneden. Zo gaan we – Franc, Arnoud en ik –  weer een stuk door de sneeuw. We moeten ook een stukje rots op met een laddertje en komen daar op een prachtige kam. Het uitzicht is hier weer prachtig. Het weer is inmiddels ook weer flink opgeklaard en ziet er prima uit.

Aan de andere kant is het een stevige afdaling door een behoorlijk pak sneeuw. Het valt niet mee om hierdoor naar beneden te komen. Aan het begin gaat het prima, maar op een gegeven moment wordt het gladder en wordt de ondergrond onregelmatiger.  De tocht en vooral de zware rugzak, met 10 kg touw erin beginnen me op te breken. We lopen over een bergweg verder, maar ik zak bij elke stap bijna door mijn benen. Het lijkt ons het beste om de last te verdelen. Dus touw uit mijn rugzak en bij Arnoud op z’n rug. Zo lukt het beter. Als we terugkomen bij de auto zijn Peter en Maarten natuurlijk allang beneden.

Al met al een bijzondere, pittige en prachtige tocht. Weer een ervaring rijker!

Huttentocht 2007 – Stubaital, Oostenrijk

De derde tocht alweer. En de groep blijft groeien. Ook dit jaar mogen we een nieuwe huttenvriend verwelkomen. Arnoud gaat dit jaar voor het eerst mee. Met z’n vijven in een Seat Altea is wel wat krap, maar omdat het zo lekker goedkoop is doen we het toch.

De keuze is dit jaar gevallen op het Stubaital in Oostenrijk. Het is een mooi dal met hoge bergen eromheen en een overvloed aan berghutten om uit te kiezen. De bedoeling is om de eerste dag langs de Nürnbergerhütte te lopen door naar de Sulzenauhütte. Zodoende parkeren we de auto onderaan het Langental, een zijdal diep in het Stubaital. Het weer is bij aankomst niet al te best. Het regent behoorlijk en de bewolking hangt erg laag. We kunnen dus niet zien hoe het hogerop is.

Iedereen hijst zich in de nodige regenbescherming en zo zijn we klaar voor vertrek. Eerst lopen we over een bospaadje, daarna komen we bij een weggetje. Na een goede honderd meter klimmen gaat de regen langzaam over in sneeuw. De omgeving begint ook een beetje wit te worden. We lopen langs de Bsuchalm, links over een bruggetje. Dan gaan we iets verderop een bospaadje op. Zo langzamerhand is de hele omgeving veranderd in een witte bergwereld.

Op het volgende bospad begint de klim pas echt. Met al die sneeuw is het geen makkie. Het gaat bovendien niet al te snel. Tegen een uur of 1 komen we in de buurt van de Nürnbergerhütte. Gezien het weer en de vertraging die we hebben opgelopen besluiten we de plannen te wijzigen. We blijven in de Nürnbergerhütte en kijken morgen of we nog verder kunnen of niet. Het lijkt er niet op dat ze er in de hut erg blij mee zijn. Ze verwachten blijkbaar geen gasten meer. Ze zijn al druk bezig met schoonmaken en opruimen om te gaan sluiten. Wij trekken ons daar niets van aan en proberen ons de rest van de middag te vermaken. Dat valt nog niet heel erg mee. We hebben wel de gelegenheid om nog wat nieuwe kaartspelletjes te leren, zoals toepen bijvoorbeeld. Klaverjassen gaat helaas niet met z’n vijven.

En tussendoor gaan we af en toe even buiten kijken, hoeveel sneeuw er nu al ligt. En even op zoek naar een sprankje netwerk voor de telefoon, zodat we nog even een levensteken naar huis kunnen sturen. Het sneeuwpak groeit tot wel een centimeter of 40.  Het is een prachtig gezicht, dat zeker.

We eten nog wat ’s avonds en gaan maar bijtijds naar bed. Na de hele middag kaarten zijn we ’s avonds wel een beetje uitgekaart. Dan zit er niet veel anders meer op dan te gaan slapen.

We overleggen nog even met de waard, of hij denkt of we de volgende dag verder kunnen. Zijn antwoord helpt ons niet veel verder. Hij zegt dat het wel kan, maar ook wel een risico is. Het pad aan deze kant is nog wel goed te vinden, maar aan de andere kant van de berg is dat moeilijker. We kijken morgen wel verder.

Na een rustige nacht zitten we de volgende ochtend redelijk vroeg aan het ontbijt. We gaan toch maar proberen om naar de volgende hut te komen. Voor de zekerheid nog een keer aan de waard gevraagd. “Es ist ein Risiko” is eigenlijk het enige wat hij meegeeft. Ja, dat kunnen we zelf ook bedenken. Maar hoe groot is dat risico?

Er is in ieder geval de afgelopen nacht niet heel veel sneeuw bijgekomen en ook nu sneeuwt het niet. Dus we trekken de stoute schoenen aan en gaan op weg. En inderdaad aan deze kant is het pad aardig goed te vinden. Wat hogerop is zelfs een stukje met een staalkabel langs het pad. Dat maakt het toch iets makkelijker te vinden. En met dit pak sneeuw is er ook voldoende grip.

Zo komen we tegen de middag op het hoogste punt van de dag “Niederl”. Er staat zelfs een kruis hoewel het niet echt een gipfel is. Het is inmiddels wel weer een beetje gaan sneeuwen en ook de wind trekt wat aan. Al met al is het leuk om boven te zijn, maar heel veel valt er niet te genieten van het uitzicht. Heel even zien we een glimp van het dal door een gat in de bewolking, dat is alles. Maar spectaculair en overweldigend is het wel met al die sneeuw. We zoeken even verderop de beschutting op van een kleine kom om een beetje uit de wind te staan en een broodje te eten. Het valt niet mee om staand en met handschoenen aan je brood klaar te maken. Uiteindelijk toch gelukt om een paar semmeln met kantwurst en smeerkaas naar binnen te werken.

Nu naar beneden, naar de volgende hut. De waard had niets teveel gezegd, wat betreft het pad, dat niet zo makkelijk te vinden was. We lopen een stuk door de sneeuw waar we denken dat het pad is. De helling wordt steeds steiler. Op een gegeven moment is duidelijk dat we niet meer op het pad zitten. Peter glijdt een meter naar beneden. Dit is de limit. Ik zeg dat me dit te link wordt. We gaan terug. We keren in onze voetsporen terug. We struikelen bijna over een wortel. Maar…? Een wortel op deze hoogte hoe kan dat? Oh, het blijkt een staalkabel te zijn. Maar dan moet hier dus toch het pad zijn. En inderdaad precies hier zit een haarspeldbochtje in het pad. We doen toch nog maar een poging om vanaf hier het pad verder te vinden. En ja, dat lukt aardig. Zonder al te veel problemen lopen we de helling af en komen we op een minder steil stuk.

Het lijkt hier wat beter. Wel is de wind nog sterker geworden, het begint een beetje trekjes van een sneeuwstorm te krijgen. Met alle kleren die we bij ons hebben, kunnen we het nog net warm genoeg houden. Niet teveel met het gezicht in de wind lopen, want dan snijdt de kou door je huid. Het pad is hier bijna niet te vinden, maar we zien 2 kleine meertjes. We oriënteren ons daarop, volgens de kaart moet vlak daarachter een pad lopen. En met succes, daar is het pad inderdaad snel gevonden.

We lopen verder en komen door een gedeelte met grote keien. Dat loopt een stuk moeilijker. In de sneeuw kun je slecht zien waar je je voeten neer moet zetten. Het gaat behoorlijk langzaam, maar ook hier komen we zonder kleerscheuren doorheen. En daar komt dan toch de Sulzenauhütte in zicht. Pfoe, dat was me een avontuur!

De waard hier is een beetje verbaasd ons te zien.
Hoe zijn jullie hier gekomen?
– “Nou gewoon vanaf de Nürnbergerhütte, over Niederl hierheen.”
Wahnsinn!
Humm, hij vindt het duidelijk niet zo’n verstandige keus. Nou dat weten we dan weer voor een volgende keer. Voor nu is het een beetje mosterd na de maaltijd. Voor morgen is de keus in ieder geval een stuk makkelijker. Er is maar 1 optie, het pad rechtstreeks naar beneden het dal in. Dat is een vrij breed pad, dat moet te doen zijn. Hoewel de waard niet zo gecharmeerd was van onze tocht vandaag krijgen we toch goed te eten en te drinken. Daar is verder helemaal niets mis mee.

Het is niet verbazingwekkend dat we verder de enige zijn in de hut voor een overnachting. Lekker rustig dus en zo kunnen we weer heerlijk slapen vannacht. De volgende morgen genieten we van een prima ontbijtje en maken we ons op om de tocht naar beneden te beginnen.

Er is de afgelopen nacht nog flink wat sneeuw bijgekomen. Er ligt naar schatting ruim meer dan een halve meter nu. Dat kan nog leuk worden. Het ziet er fantastisch uit, dat is zeker. Menige skiër zou er jaloers op zijn zoveel sneeuw. Vol goede moed gaan we op weg. Het pad is inderdaad vrij breed en goed te vinden. Zo gaan we rustig naar beneden. We hebben geen haast en we genieten volop van de wondere witte wereld.

Op een gegeven moment hoor ik Franc roepen: “Jongens help effe!”. Ik kijk waar dat vandaan komt en zie even verderop Franc alleen met zijn hoofd en romp boven de sneeuw uit steken. Voor de rest is hij helemaal weggezakt. “Ja ik zit bovenin een boom!”, roept hij nog. Bovenin een boom?!? Maar inderdaad hij is naast het pad terecht gekomen en daar is het zo steil dat de boom vlak naast het pad zoveel lager staat dat de top net zo hoog is als het pad zelf. We helpen Franc een handje, zo staat hij snel weer op het pad. Als we uitgelachen zijn gaan we weer verder.

We komen op een vlak gedeelte, het lijkt ons een goed idee om hier een flinke sneeuwpop neer te zetten. Zo gezegd, zo gedaan. Wat sneeuw al niet kan doen: 5 volwassen mannen spelen heerlijk als kleine kinderen in de sneeuw. Vlakbij is er nog een almhut, daar bestellen we allemaal een lekker glas warme chocolade. Om niet alle regenkleding uit te hoeven trekken blijven we buiten op de bank zitten. Best uit te houden hoor.

We gaan weer verder, de alm is relatief vlak en komt uit bij een nieuwe helling in het bos deze keer. Omdat we inmiddels al een stuk lager zijn, lopen we hier door papperige sneeuw pulp. Dat loopt niet zo lekker. En op de helling naar beneden is er eigenlijk helemaal geen echte sneeuw meer, hier is het vooral heel nat. Wel een beetje apart dat  je zo vanuit een winterlandschap een herfstlandschap inloopt. Maar het maakt de tocht wel wat veelkleuriger. Beneden in het dal lopen we nog een stuk parallel aan de weg terug naar de auto. We komen er in het begin van de middag aan. Vroeg genoeg om alle natte kleren op te ruimen en op weg te gaan naar huis.

Een bijzondere en spectaculaire tocht, met vooral veel wit, is het geworden. Niet helemaal zoals gepland, maar daarom niet minder memorabel.

Huttentocht 2006 – Hohe Tauern, Oostenrijk

Voor onze tweede tocht hebben we een nieuwe medestander gevonden: Peter. Met z’n vieren zijn we vertrokken richting de Hohe Tauern in Oostenrijk. Weer ’s nachts met de auto door Duitsland en over Pass Thurn door Oostenrijk. Andere baan, dus ook een andere auto.

We waren wat aan de vroege kant, daarom nog een uurtje tijd om wat te dutten op de parkeerplaats met uitzicht op het Hollersbachtal. Het is nog een beetje druilerig weer met de bijbehorende laaghangende bewolking. Nog even langs de winkel, nadat die open ging. De laatste benodigdheden inslaan: verse semmeln, kantwurst , smeerkaasjes, dextro energy en fruit. Daar gaan we het wel weer mee redden deze tocht.

Vervolgens de auto parkeren in Habach op een parkeerplaats aan het begin van het Habachtal. En daarna van start. Inmiddels wat nieuwe uitrusting aangeschaft. Nieuwe rugzak, bergschoenen en als voorschot op de erfenis de stokken van mijn schoonmoeder. We waren er helemaal klaar voor.

De tocht begon met een lange bergweg het uitgerekte Habachtal door. Geleidelijk stijgend, dus een lekkere weg om in te komen. Het was een heerlijk rustig en vredig dal. Van lieverlee trok de bewolking op en werd het heel aardig wandelweer. We kwamen nog wat beekjes tegen waar we de watervoorraad nog even bij konden vullen. Want het leek ons niet zo fijn weer zonder water te komen zitten.

In de middag kwamen we een beetje aan het eind van het dal. Daar moesten we via een steile helling nog een stuk omhoog naar de Neue Thüringerhütte. Aan het begin van dit pad stond er nog een hokje met brandhout. Er stond een bordje bij met het vriendelijke verzoek aan alle wandelaars die langs de hut wilden, om een blokje brandhout mee te nemen. Dus fris als we nog waren hebben we dat maar gedaan. De nieuwe rugzak was toch groot zat.

De steile helling was nog wel een hele uitdaging. Na een half uurtje klimmen voelde we ons ineens niet zo fris meer. Maar goed het blijft toch genieten van de omgeving en van de indrukwekkende Groß Venediger en omliggende toppen.

Zo arriveren we ergens in de tweede helft van de middag in de eerste hut op 2212 m. hoogte. Een hut van redelijk formaat, maar wel erg rustig deze tijd van het jaar. Na dit weekend zouden ze alweer gaan sluiten. Dus we hadden het rijk voor onszelf. Behalve de huttenwaardin en een of andere postbode was er niemand te bekennen.

Met eten merkten we ook dat het het eind van het seizoen was. Veel keuze was er niet meer. We konden nog net het laatste blikje stoofvlees opmaken met wat aardappels en zuurkool-achtige salade. Maar als je de hele dag buiten bent geweest dan smaakt alles. Gelukkig konden we nog wel een potje bier krijgen. Dus we kwamen de avond wel door.  Die duurde toch niet zo lang, want ook nu was het al redelijk vroeg bedtijd.

Het ontbijt de volgende ochtend was helemaal even doorbijten. Het laatste brood van het seizoen was niet bepaald vers te noemen. En ook de boter begon een beetje ranzig te worden. Gelukkig was het buiten heel aardig weer. Mooi blauw en zonnig. Nog wel fris, het gras was behoorlijk bevroren. Maar prachtig weer om vroeg weer verder te gaan.

De weg ging verder omhoog langs dezelfde helling. Naar de Larmkogelscharte. Een mooie wandeling met zo’n beetje de hele weg uitzicht op de hut en op de besneeuwde toppen van de Venediger Gruppe. Op de scharte konden we de rugzakken laten staan en zijn we doorgeklommen naar de gipfel van de Larmkogel op 3017 m. Dat is alweer bijzonder genieten. Heerlijk in het zonnetje met prachtig uitzicht. We zien ook het meertje in het dal waar we straks in moeten afdalen.

Bij terugkomst op de scharte is het tijd voor een lekkere berglunch, met wat minder verse semmeln belegd met kantwurst en smeerkaas. Dat blijft toch heerlijk, tenminste met die heerlijke berglucht erbij.

Daarna was het tijd voor de afdaling naar de Neue Fürtherhütte. Nog een flinke afdaling. Alles wat we deze dag geklommen hadden gaan we ook weer naar beneden. Deze hut lag nl. op nagenoeg dezelfde hoogte: 2201 m. Vlak voor we bij de hut aankomen, komen we eerst nog langs een prachtig bergmeertje met een meanderend bergbeekje. Wat een schitterende natuur.

We waren redelijk op tijd bij de hut, een goede gelegenheid om een lekkere weizenbier te nemen op het zonnige terras voor de hut. Dat was echt dubbel genieten zeg! Je kon merken dat deze hut iets meer bezoek kreeg deze tijd van het jaar nog. Hoewel er weinig mensen waren tijdens ons bezoek. De aankleding en het eten was wat minder spartaans hier. We hebben lekker gesmuld van een bordje prima stoofvlees met gebakken aardappelen en koolmix. Op papier was het verschil met de dag ervoor misschien niet zo groot. In werkelijkheid was het een hemelsbreed verschil.

Hans, de huttenwaard, bleek ook timmerman te zijn. Dat was goed te zien aan de inrichting en alle houten voorwerpen overal in en om de hut. Hij heeft er echt wat van gemaakt. Een leuke gezellige hut, van binnen en van buiten. En ook hier hebben we prima kunnen slapen. Het hele lager voor onszelf, best luxe toch?

De volgende morgen mochten we ons weer opmaken voor de afdaling naar Hollersbach, door het Hollersbachtal. Heel creatief zijn ze hier niet met topografische namen trouwens. Maar goed, ook de afdaling begon met een redelijk steile helling en werd gevolgd door een lange geleidelijke daling over een redelijk brede bergweg door het uitgerekte dal.

Toen we vlak bij Hollersbach kwamen zagen we een bruggetje met een pad aan de andere kant van de beek. Volgens de kaart zou dat een pad moeten zijn die we verder konden nemen. Dus daar gingen we maar langs voor de afwisseling. Maar al gauw bleek het pad niet langer een pad te zijn. Omdat we geen zin hadden weer terug te lopen en de andere kant van de beek te nemen, leek het ons een goed idee om door de beek over te steken. Dus schoenen en sokken uit en oversteken maar. Dit bleek toch niet zo makkelijk als het leek. De stroming was best sterk. Maar uiteindelijk is het Maarten en mij toch gelukt. Franc en Peter liepen terug en waren natuurlijk al veel eerder aan de overkant, maar het avontuur is toch ook wat waard zullen we maar denken.

Al met al was het toch nog een behoorlijke tocht naar Hollersbach en dan nog verder naar een volgend plaatsje Mühlbach. We liepen naar het stationsgebouwtje (de rails was er niet meer maar het stationnetje nog wel) en bestempelden dit als eindpunt van de wandeling. Een klein probleempje was nog dat we de auto moesten halen. Dus als toegift zijn Franc en ik met onze jonge benen nog maar ‘even’ naar Habach gelopen. Nu bleek dat nog flink tegen te vallen, het was toch nog een kleine 6,5 km lopen en dat is na 3 dagen best wel een eind. Maar we hebben het gehaald en konden de weg terug weer aanvangen. Alweer een zeer geslaagde tocht was ten einde… Op naar de volgende.

Eerste huttentocht in 2005 – Rätikon, Oostenrijk.

Lindauer hutteZo begon het in 2005, met onze eerste huttentocht. De afspraken voor een huttentocht werden gemaakt. Met z’n drieën gaan we op pad, Maarten, Franc en Ewout. Wat onwennig allemaal, die voorbereidingen. Wat neem je mee, wat past wel en wat past niet? Hoe weet je welke route je kunt lopen en of het niet te kort of te lang is?

De uitrusting was nog niet je van het. Zo ging ik met mijn rugzak die ik jaren geleden voor 25 gulden bij de V&D heb gekocht. Nu ik dat schrijf merk ik pas hoe lang geleden het is… Zowel de gulden als de V&D zijn inmiddels al bijna vergeten. Maar goed, voor deze eerste keer is het toch even uitproberen, dan ga je nog niet van alles aanschaffen.

Auto op de parkeerplaatsDus de plannen waren gemaakt, zo gingen we op pad. Met de auto ’s nachts door Duitsland naar Latschau in Vorarlberg. We kwamen lekker vroeg aan. De winkel moest nog opengaan, maar de zon scheen al heerlijk dus daar wilden we wel even op wachten. Dan de nodige voorraden inslaan voor onderweg, verse semmeln, fruit en natuurlijk kantwurst. Sjonge moet dat ook nog in de rugzak worden gepropt. Uiteindelijk toch gelukt.

En dan het echte werk. Vanaf Latschau lopend naar de Lindauerhütte. Niet rechtstreeks, maar bovenlangs. Het was prachtig weer, dus volop genieten en met de eerste hellinkjes stond het zweet al snel op onze rug. Natuurlijk gingen we aan het begin veel te snel. Binnen de kortste keren waren we buiten adem. Maar goed, stug doorlopen dan kom je er vanzelf. Af en toe even lekker zitten en genieten van het geweldige uitzicht. Het was werkelijk fantastisch.

Recht tegenover ons lag Bartholomäberg, een pittoresk bergdorpje waar ik vroeger eens met vrienden ben geweest. We beseffen hoe bijzonder het is, gisteren nog op kantoor, vandaag al midden in de natuur. Heerlijk!

Dan weer verder, we komen mooie bergmeertjes tegen en al een paar sneeuwveldjes. Ook onze eerste bergmarmot, salamanders en gemzen zijn gespot. Er is zoveel te zien. En maar weer doorlopen, het is een aardig eindje. Als je omhoog gaat moet je ook weer naar beneden. Met dit warme weer was de drinkvoorraad wel wat te vroeg op. Zo kwam het dat we behoorlijk uitgeput aankwamen bij de Lindauerhütte. We zijn op een bankje neergeploft en hebben eerst maar eens een half uurtje uitgepuft. De hele nacht doorrijden en dan een flinke wandeling eisen hun tol. Eerst zitten en geen stap verder. Gelukkig konden we na een half uurtje de spullen op de kamer brengen om vervolgens op het terras een heerlijke pul bier te pakken.

Het voordeel als je zo’n dag achter de rug hebt is dat alles wat je te eten krijgt verrukkelijk smaakt. En na het eten op je horloge kijken of je al naar je bed zou mogen. Nou tot een uur of 8 hebben we het uitgehouden, toen zijn we onder de wol gegaan. Erg onwennig nog in ons lakenzakje onder de dekens op een ‘minder comfortabel’ matras om het zachtjes uit te drukken. Maar als je zo moe bent slaap je toch wel.

Na deze welverdiende nachtrust was de tank weer aardig bijgevuld en met een prima ontbijt konden we er weer tegenaan. We zijn niet al te vroeg vertrokken, tussen  8 en 9 uur als ik me goed herinner. Het weer was niet meer zo mooi als de eerste dag, bewolkt en een stuk frisser. Maar als je aan het lopen bent heb je het zo weer warm, dus dat is niet zo’n probleem. In de zon ziet alles er wat vrolijker uit, maar al is het bewolkt het is allemaal nog steeds indrukwekkend.

Deze dag was de bestemming de Douglashütte. De hut ligt aan het stuwmeer, de Lünersee. We moesten twee bergpassen over, de Öfapass op 2291 m. en de Verajoch op 2330 m. Omdat het nog erg vroeg in het seizoen was, lag er nog behoorlijk veel sneeuw. Er liepen wat mensen voor ons, dus we konden de kunst van het dalen in de sneeuw mooi afkijken. En eerlijk is eerlijk we hadden de smaak snel te pakken. Eigenlijk loopt het best comfortabel door de sneeuw naar beneden. Je hoeft alleen je ene been maar voor de ander te zetten, de sneeuw die dempt de stap vanzelf. Jammer alleen dat onze uitrusting hier nog niet helemaal geschikt voor was. De bergschoenen van de aldi bleken niet helemaal waterdicht en de sneeuw die in de schoen viel smolt lekker de schoen in. Oftewel kletsnatte voeten waren het resultaat.

DouglashütteInmiddels moesten we na de tweede pas afdalen naar de Lünersee door een groot sneeuwveld. Maar ondertussen was de bewolking aardig gezakt en liepen we in behoorlijk dichte mist. Oriënteren was een beetje lastig geworden. Dus het was goed dat het laatste stukje helling naar het stuwmeer grijs was, anders waren we zo het water in gemarcheerd. Na wat zoeken vonden we het pad rond het meer en linksom leek ons het kortst vanaf waar we waren. Na ongeveer een kwart van het meer rond gelopen te zijn was het pad min of meer weggeslagen en moesten we door een stuk gruis klauteren en daarna kwamen we bij een afzetting waarop stond dat de weg (waar we dus net gelopen hadden) was gesperrt. Gelukkig waren we er al voorbij, dus voor ons geen probleem meer. En al snel kwam de Douglashütte in zicht. Opvallend was wel dat het hier ineens een stuk drukker was met wandelaars. En bij de hut aangekomen bleek die al helemaal druk te zijn. Tot 5 uur toen was het ineens helemaal leeg, alleen wij en nog één andere gast bleven om te overnachten. Het bleek dat de hut pal aan het bergstation van een kabelbaan lag en dat de laatste talfahrt om 5 uur was. Ja, zo ontdek je nog eens wat. Maar nu het toch weer rustig was konden wij nog heerlijk eten en lekker wat drinken, voordat we onze slaapkamer opzochten en zelfs nog even een douche konden pakken. En alweer heerlijk slapen op minder heerlijke bedden.

Nu werden we ’s avonds gebeld door mijn zwager dat het niet goed ging met mijn vader. Hij had al een paar jaar acute leukemie en nu was hij terminaal. Als we hem nog wilden zien voor zijn sterven was het wel verstandig om zo snel mogelijk terug te komen. Het hoefde niet op stel en sprong, maar toch wel binnen een paar dagen. We hebben toen besloten om de volgende dag weer terug te gaan naar de Lindauerhütte en dan maandag ochtend vroeg naar de auto te lopen en naar huis te rijden.

Uitzicht richting BludenzDe volgende morgen dus bijtijds aan het ontbijt en liefst vertrekken voor de kabelbaan-wandelaars er alweer in grote getale zouden zijn. We gingen het eerste stukje dezelfde weg terug. Dus langs de afzetting waarop stond dat de weg gesperrt was, wat voor verbaasde blikken zorgde bij de al aanwezige kabelbaan-wandelaars. Bij de kruising waar we een andere kant op moesten was het nog even spannend. Het was nog behoorlijk mistig en in de sneeuw was het oriënteren nog steeds een probleem. Gelukkig trok de mist daarna redelijk snel wat weg, zodat we in ieder geval konden zien welke kant we op moesten. En zo klommen we de helling op tot de grens met Zwitserland. Vandaag gingen we precies aan de andere kant van de grens terug ten opzichte van de dag ervoor. Het was een mooie route, met af en toe een wat eng stukje waar het pad iets was weggeslagen. Maar aan deze kant was wel minder sneeuw en het werd nog heel aardig weer ook.

Voor het laatste stuk moesten we weer een pas over van Zwitserland terug Oostenrijk in. Daar was wel heel veel sneeuw en het pad was niet echt te ontdekken. We zagen wel het grenspaaltje waar de pas moest zijn, dus met dat als richtpunt zijn we maar gewoon omhoog geklommen. En aan de andere kant hetzelfde verhaal, geen pad te zien in de sneeuw, maar we zagen wel waar we heen moesten. Dus maar rechtstreeks door de sneeuw daar op af. En zo bereikten we veilig de hut. Wel met kletsnatte voeten, maar ach dat droogt wel weer.

In de hut bleek het iets drukker te zijn dan op de heenweg, er zaten nog wat lui uit het dorp die hier op zondagavond nog even een kaartje wilden leggen en later op de avond weer naar het dal liepen. Opnieuw hebben we heerlijk gegeten, gedronken en geslapen. En de volgende dag weer helemaal fris en op tijd opgestapt om het laatste stukje naar het dal te lopen. Na ruim 1,5 uur waren we bij de auto en zijn we weer naar huis getuft.

Een beetje een apart eind van de tocht, maar al met al hebben we er enorm van genoten. En het smaakte zeker naar meer. Dus… , wordt vervolgd!